Wat kan kunst je over innovatie leren? Drie voorbeelden.

Een paar weken geleden was ik met een vriend in Den Haag. We bezochten op één dag het Gemeentemuseum in Den Haag en het daarnaast gelegen fotomuseum.

Er was een enorm gevarieerd aanbod waar je in één dag niet de aandacht aan kunt geven die het verdient. Toen ik aan het eind van de dag terug naar huis reed, bedacht ik ook hoeveel kunst en hoe je kunst beleeft gemeen heeft met innovatie en hoe je dat effectief inzet.

Ik zal drie voorbeelden geven.

Meer dan een wit vlak

Om te beginnen kan de creativiteit van anderen je snoeihard confronteren met de beperkingen van je eigen denkraam. Dat merkte ik toen ik de werken van Maaike Schoorel zag. Mijn eerste reactie? Daar heb je er weer één die met witte, grijze en zwarte vlakken aankomt.

Het kan zijn, omdat ik foto’s verwachtte (haar werk hing in het Fotomuseum). Het kan zijn dat ik me al eens eerder een beetje in gekleurde vlakken verdiepte en toen concludeerde dat je vooral het bijschrijft moet lezen. De waardering voor moderne en hedendaagse kunst is immers sterk afhankelijk van het idee en dat zie je vaak niet meteen, maar lees je op het kaartje dat ernaast hangt.

Maar toen ik beter keek – en inderdaad de introductie tot haar werk las – zag ik pas de subtiele afbeeldingen die door haar werk heen lijken te schijnen. En pas toen kwam de waardering voor het onderzoek, het experimenteren en het met grote zorg creëren van wat een afbeelding lijkt – maar dan één die je niet kan pakken. En zo tot blijven kijken aanzet.

Kennis die in de weg kan zitten

Wat is de parallel met innovatie?

Om te kunnen innoveren heb je kennis nodig. Software bouw je alleen als je kunt programmeren. Voor een nieuwe auto of een betere versie van een machine moet je de techniek kennen, je handen hebben vuil gemaakt.

Maar niet teveel.

Want verborgen in al die kennis over een bepaald vakgebied en al die ervaring die je hebt opgedaan, krijg je de overtuiging cadeau dat de wereld op een bepaalde manier in elkaar zit. Dat sommige dingen ‘nu eenmaal zo werken’.

Zoals ik binnen sommige sectoren en bedrijven die voor mij nieuw waren, in reactie op een vraag of idee te vaak letterlijk hoorde: ‘Zo werkt dat natuurlijk niet.’

Het is die onbewuste, impulsieve  en uiteindelijk beperkende reactie die op veel plaatsen innovatie in de weg zit. Het is beter goed te kijken naar wat je ziet. Dan is er ruimte om onbevooroordeeld door te vragen naar het waarom. En uit te komen bij de creatieve oplossing waar in eerste instantie niemand aan denkt.

Dat was wel even een confronterend moment, moet ik zeggen. Ik mag dan wel denken dat ik best open sta voor nieuwe dingen – toch betrapte ik mezelf op zo’n eerste reactie.

Zomaar afgelopen

Art Deco is de weelderige ontwerpstijl van de eerste decennia van de twintigste eeuw. Zij kwam gedurende langere tijd tot bloei en heeft veel verschillende verschijningsvormen. Ze heeft invloed gehad op mode, architectuur, kunst en design. En ook binnen de beweging zijn er tal van variaties op de beeldtaal ontstaan.

Dat is mooi te zien in de tentoonstelling in het Gemeentemuseum Den Haag. Die heeft weliswaar de mode van Paul Poiret als leidraad. Maar maakt tal van uitstapjes naar andere uitingsvormen.

En dan is het in de dertiger jaren opeens afgelopen. De nieuwe zakelijkheid gaat uit van functionaliteit. En keurt alle weelderigheid en decoratie af.

Illustratief voor het einde van Poiret’s leidende rol was het verschijnen van het zwarte avondjurkje van Coco Chanel. Minimalistischer kon het bijna niet.

Tijd voor iets nieuws

De parallel met innovatie ligt voor de hand. Nieuwe technologie zorgt nog wel eens voor een plotselinge doorbraak en wordt dan gedurende lange tijd steeds verder geperfectioneerd.

En dan ineens komt er een heel ander alternatief op en is het vrij snel afgelopen. Denk stoommachine, morse en – over een jaar of tien (?) – verbrandingsmotor.

Conceptueel fotograferen

Fotograaf Hans Eijkelboom is tegenwoordig vooral bekend van zijn series ‘Identiteiten’. Hij observeert passanten op straat en fotografeert steeds gedurende korte tijd (een of enkele uren) mensen met vergelijkbare kenmerken.

Zijn foto’s presenteert hij in series.

Gele regenjassen, Louis Vuitton mannentasjes, Rolling Stones logo’s op een t-shirt. Je mag dan denken dat je je eigen unieke stijl kiest – Hans gaat een paar uur op een straathoek staan en hij heeft zo een verzameling van tientallen anderen die er net zo uit zien als jij.

Eijkelboom raakte in het begin van zijn carrière geïnspireerd door de conceptuele kunst. (En zijn bekendste werk doet sterk denken aan de documentaire series van bouwwerken gefotografeerd door Bernd en Hilla Becher die doordat ze zo op elkaar leken en zo consistent zakelijk gefotografeerd waren, van documentair conceptueel werden.)

Dat levert bijzondere resultaten op.

Even in het kort hoe hij te werk ging.

Hij ontwikkelde een idee – een formule of procedure bijna – en paste die vervolgens toe op verschillende personen of situaties. Soms is dat idee simpel, soms geavanceerder of wat bewerkelijker om uit te voeren. Maar als je het concept herhaalt levert het altijd heel verschillende antwoorden op, op dezelfde vraag. En dus ook foto’s.

Ik geef één voorbeeld, dat me bijzonder aansprak.

Je maakt een lijst van mensen met wie je vroeger in de klas zat en laat iemand anders hen opbellen met de vraag wat ze denken wat je bent geworden van beroep en waarom ze dat denken. Dan fotografeer je jezelf als iemand van dat beroep, drukt de foto af en plakt daar een fragment onder uit de beschrijving die je oud-klasgenoot van je hebt gegeven.

Hans moet daaruit veel hebben geleerd over hoe mensen hem zagen. En de antwoorden waren enorm wisselend.

Trouwens wel mooi dat één persoon had geantwoord: fotograaf.

Dezelfde vraag – andere antwoorden

In management en organisatie wordt vaak heel deterministisch gedacht. Als je het middenkader weg snijdt, gaan teams aan zelfsturing doen; als we projectmatig gaan werken loopt productontwikkeling minder uit; een verzuimbegeleider aanstellen leidt tot minder ziektedagen.

Allemaal vormen van het innoveren van je organisatie, die goed klinken. Een duidelijke, bewezen aanpak met betrouwbare resultaten is dan gewild.

Maar het is net als de foto’s van Hans Eijkelboom. Je voert hetzelfde idee uit, maar het resultaat is altijd anders en vooraf moeilijk te voorspellen.

Het is dat evolutionaire, chaotische karakter dat organiseren in het algemeen en sneller innoveren in het bijzonder zo moeilijk maakt.

Maar juist daarom is het ook zo interessant en oneindig intrigerend.

Je verdiepen in hoe innovatie werkt en die inzichten toepassen leidt onmiskenbaar tot sneller innoveren. Maar je moet goed opletten en op de juiste momenten precies dat doen wat nodig is.

En ook dan is wat dat oplevert elke keer weer anders. Dat is het mooie avontuur. En daarom is het ook zo machtig mooi als het lukt! 


Hoewel het niet heel lang geleden is dat ik in Den Haag was, zijn twee van de drie exposities inmiddels beëindigd. Art Deco, Paris is nog tot en met 4 maart te zien in het Gemeentemuseum Den HaagInformatie over de tentoonstellingen van Maaike Schoorel en Hans Eijkelboom staan nog op de betreffende websites. Het Youtube-filmpje vond ik via de site Hollandse Meesters.

En voor Maaike en Hans kwamen gelukkig weer geweldige nieuwe exposities terug. Veel plezier in je volgende museum!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.