Zorgtechnologie optimaal gebruiken? 4 adviezen voor je eigen innovatieproces

In mijn serie korte artikelen over de toepassing van zorgtechnologie ben ik toe aan de aanpak van innoveren. Eerder ging ik al in op beschikbare technologieën, innoveren met klanten, de financiering en de benodigde technische infrastructuur. Mijn stelling is dat zorgtechnologie gaat worden gebruikt, als het voor de cliënt waarde toevoegt en goed is ingepast in het primaire zorgproces. Dat gaat niet vanzelf – dat moet je organiseren.

Mijn ervaring is dat best veel mensen die in de zorg werken niet goed weten wat technologisch mogelijk is. Dan is het niet zo gek dat je niet ziet wat het kan bijdragen voor cliënten. Voor wie dat trouwens net zo goed geldt.

Om te beginnen is het dus vooral nodig het potentieel te zien van nieuwe technologieën. Want als je niet weet wat het oplevert, waarom zou je dan je dagelijkse routines aanpassen.

Het potentieel zien

Eind 2013 was ik met een aantal collega’s in de zorg in gesprek over de mogelijkheden van eHealth. Het gesprek leverde me vooral één belangrijke conclusie op. Die ik hier noem met het risico te veel te generaliseren.

Mensen die in de zorg werken hebben niet veel met techniek. Het is ingewikkeld. Ze weten niet hoe het werkt en het kost moeite ermee om te gaan. Zich daarin verdiepen is niet direct een hobby. Het schrikt misschien juist wel af. En ook dat neemt de aandacht weg van wat het kan betekenen.

De kunst is dus te organiseren dat men zich er in verdiept. Rust en ruimte te creëren zodat men kan ervaren wat het kan betekenen voor cliënten en het eigen werk.

Ik nam vier collega’s – teamleiders en wijkverpleegkundigen – mee naar een beurs in de regio. Ze keken hun ogen uit, konden allerlei apparaten zelf aanraken. En ervaren dat die helemaal niet zo ingewikkeld waren als ze dachten.

Net als hun smartphone eigenlijk.

Ze konden situaties uit de praktijk naspelen. Ze konden ervaren hoe gemakkelijk het gebruik vaak is.  En ze hoorden verhalen van collega’s van andere instellingen die zeiden nooit meer zonder te kunnen.

Ze werden de grootste ambassadeurs van ons eHealth-programma.

Er zijn meer manieren om mensen op ideeën te brengen en zo het potentieel te laten zien. Er zijn vast collega’s die nog niet zo lang in dienst zijn en bij hun vorige werkgever al hebben gezien wat mogelijk is. Hun kennis is goud waarde.

Ook voor de hand ligt gewoon bij andere zorginstellingen te gaan kijken. Dat kost wat tijd, maar je komt thuis met een rijke bagage aan ideeën en kennis over implementeren.

Olievlek

Mooi dat die wijkverpleegkundigen enthousiast zijn geworden, want dan heb je meteen een wijk waarin je kunt beginnen. Wat werkt en niet werkt moet je in de praktijk ervaren. Door klein te beginnen en problemen die je tegenkomt in één team op te lossen, leg je de basis voor een snelle adoptie in je hele bedrijf.

Dat geldt ook voor de cliënten die meedoen. Het wordt vaak gemakkelijk gezegd dat ouderen geen computers gebruiken. Een paar weken geleden nog zei een wijkverpleegkundige tegen me: 80% van onze klanten heeft geen computer!

Mijn eerste reactie? Een goede reden om nu te beginnen! Want 20% behoort al tot je doelgroep. Leg met die groep de basis die later voor een steeds hoger percentage cliënten waarde toevoegt.

Als tweede reactie vroeg ik: hoe weet je dat eigenlijk? Ouderen worden vaak enthousiast als ze zien wat de mogelijkheden zijn. Ze zijn best bereid bij te leren – als ze maar ervaren wat nieuwe techniek hen brengt.

Ook dat kun je organiseren. Jammer eigenlijk, dat je hen bij voorbaat die mogelijkheid zou ontnemen.

Zorgpaden en waarde toevoegen

Mogelijkheden zien is mooi. Vrijwilligers voor een eerste proeftuin ook. Maar dan moet je toch aan het werk gaan. Om de zorgtechnologie in te passen in het primaire zorgproces.

Wat daarbij helpt is te denken in zorgpaden. Vanuit een cliëntgerichte visie het primaire zorgproces inrichten en daaromheen andere organisatieprocessen vorm geven. Alles gericht op de cliënt. Dus ook de inzet van de technologie.

Deze manier van denken heeft meer voordelen. Ze wordt ‘door de betrokkenen als even belangrijk (of vaak zelfs als belangrijker) ervaren dan het product dat hieruit resulteert.’ Hoe dat komt? Omdat je redeneert vanuit het hele systeem. Zo organisatiebreed denken is ‘de basis voor ieder effectief kwaliteitsbeleid.’ [1]

Het gaat er dus om uit te puzzelen hoe elke stap in het proces waarde toevoegt. Dat is ook goed te doen met  value stream mapping [2].

Deze analysetechniek helpt om te kijken waar je verspilling en problemen kunt voorkomen. Maar ze is ook goed bruikbaar om te kijken waar technologie kan helpen de stappen in het zorgproces slimmer te organiseren. Omdat je verbeteringen in het proces als groep vormgeeft, neem je veel interne kennis en belangen mee – een goede basis om het nieuwe proces ook samen te laten werken.

Visie en steun

Innoveren vraagt dus organiseren. Zodat ideeën over wat zorgtechnologie kan betekenen, worden verzameld en gedeeld. Zodat wordt gekeken hoe die in het zorgproces waarde kan toevoegen. Zodat je daarmee ook daadwerkelijk begint. Klein. Om dat als een olievlek verder te verspreiden.

Daarmee zijn een paar problemen natuurlijk.

Zo blijft de winkel open. De zorg gaat door, terwijl het tijd en geld kosten om de nieuwe situatie voor te bereiden. De kosten gaan voor de baten uit.

De bestaande situatie komt ter discussie te staan. Degenen met de ideeën zijn dan wel enthousiast – hoe is dat met collega’s in andere teams, wijken, locaties? Die denken daar nog misschien heel anders over.

Daarachter zit een hele waaier aan op zich legitieme zorgen. Werkgelegenheid bijv. En het beeld dat men heeft van wat zorg moet zijn en de vraag of ‘koude technologie’ daar wel in past.

Innoveren met zorgtechnologie vraagt daarom ook een expliciete richting en visie van bestuur en management. Het vereist dat randvoorwaarden van tijd en geld zijn ingevuld. Dat interne regels ter discussie komen of tijdelijk worden versoepeld. En vooral dat het geloof wordt uitgedragen dat zorgtechnologie de toekomst heeft – mits goed toegepast.

Zonder goed te weten waarom dat is en wat daarvoor nodig is.

Hoewel dat niet altijd gemakkelijk is, blijkt uit onderzoek dat de ondersteuning vanuit het hoger management de belangrijkste factor is om nieuwe kennis en middelen in de eigen praktijk te integreren [3]. Dus ook in dit geval.

Zorginnovaties in gang zetten en tot een succes brengen is niet altijd gemakkelijk. De kunst is kennis op te doen over technologie en tot ideeën te komen hoe je die kunt toepassen. Het is kritisch kijken naar je eigen processen en technologie waar mogelijk volledig te adopteren. En het vraagt vooral dingen snel toe te passen, te evalueren en opnieuw te proberen, zodat je erachter komt wat werkt en wat niet. Richting en steun van bestuur en management is een belangrijke factor voor het slagen daarvan.


Dit is deel vier uit een serie korte artikelen over zorgtechnologie. Eerdere artikelen beschreven:

  1. Nieuwe technologieën in de zorgen hoe ze te ordenen zijn.
  2. Innoveren met cliënten leidt tot beter gebruik zorgtechnologie.
  3. Financiering als prikkel voor implementatie en gebruik van zorgtechnologie.
  4. Dat zorgtechnologie vaak een I(C)T-infrastructuur vereist en waar je dan op moet letten.


[Nick Grooff is een scherpzinnig verandermanager, coach en blogger over verandermanagement en innoveren. Hij helpt bedrijven en instellingen hun strategie, structuren, ICT en mensen in samenhang te ontwikkelen en zo hun maatschappelijke waarde te vergroten.]


[1] Naar zorgpaden wordt inmiddels veel onderzoek gedaan, onder meer aan de Universiteit van Leuven. De citaten ontleen ik aan hun website over dit onderwerp.

[2] Value stream mapping is een techniek die aansluit bij de Leanfilosofie. Ze wordt onder meer beschreven in het Werkboek Teamleren dat Vilans maakte om in (zorg)teams aan de slag te gaan met de ‘zes verbeteropgaven’ in de zorg.

Ik zet die verbeteropgaven tussen haakjes, omdat ze zo worden gepresenteerd dat het lijkt alsof ze los van elkaar staan. Terwijl – om maar een simpel voorbeeld te geven – kwaliteit van bestaan (thema 1) prima kan worden verhoogd met zorgtechnologie (thema 4). En zo zijn er veel meer verbanden. De kunst is het systeem te innoveren en zaken aan elkaar te koppelen! Meer informatie over de verbeteropgaven vind je hier.

http://www.zorgvoorbeter.nl/ouderenzorg/hervorming-zorg-zes-verbeteropgaven.html

De thema’s zijn overigens gebaseerd op het Rapport Vernieuwend zorgen dat tot stand kwam op basis van gesprekken met zorgmedewerkers.

[3] Bron: Erasmus innovatiemonitor zorg, Inscope (2012). Dynamisch managen is ‘de tweede hefboom van sociale innovatie’. Deze ‘betreft het vermogen van managers om de (-) organisatorische middelen te veranderen, bijvoorbeeld door nieuwe resources toe te voegen of door resources op een nieuwe manier te combineren. Dynamisch managen stimuleert het vermogen van een organisatie om interne kennis en middelen op te bouwen en met externe kennis en middelen te integreren.’

‘(-) de hefboom dynamisch managen (verklaart) met 33% een aanzienlijke mate van sociale innovatie in de zorgsector (-). Dit geeft nogmaals het belang weer van het management om vernieuwingen te realiseren.’

Een infrastructuur voor zorgtechnologie. Waar moet je op letten?

Informatie- en communicatietechologie, domotica en robotica bieden de zorg grote kansen. Om de zorg persoonsgerichter te maken, om zorgkwaliteit en veiligheid te waarborgen en om kosten te besparen. Door met klanten te innoveren worden die mogelijkheden optimaal benut. Mits op de juiste manier wordt geïnvesteerd en de juiste vorm van financiering wordt gevonden.

Die investeringen beperken zich niet tot de zichtbare zorgtechnologie alleen. Veel nieuwe apparaten en toepassingen vereisen een technische infrastructuur om informatie uit te wisselen en/of apparaten op afstand te bedienen.

Digitaal transport

Wat is die technische infrastructuur die nodig is om zorgtechnologie goed te laten werken? Wikipedia definieert de term ‘IT-infrastructuur’ als volgt:

‘de verzameling voorzieningen die nodig is voor het transport van digitale signalen die gegevens bevatten. Hieronder vallen alle fysieke en technische middelen die het (foto)elektrische signaal (als gegevensdrager), verplaatsen, verdelen en routeren. ‘

Ze maakt deel uit en hangt samen met de ICT-infrastructuur. Hieronder is ook te vatten: ’het aanmaken, weergeven, wijzigen, opslaan, verwerken, beveiligen en beheren van data.’ [1]

Hoe belangrijk ook, ben je bewoner of zorgmedewerker, dan zie je die infrastructuur voor het grootste deel niet. Je staat er niet bij stil dat er kabels in de muur lopen of een wifi-signaal in de lucht hangt. En die signalen worden vast ergens opgevangen en doorgestuurd.

Hoe dat werkt?

Een infrastructuur voor zorgtechnologie. Waar moet je op letten?

Al die nullen en enen worden op kunstige wijze in pakketjes verpakt. Daarop staat een adres waar het vandaan komt en waar het heen moet. Zodat als die mevrouw in de wijk op de alarmknop drukt, de telefoon bij haar dochter gaat – en als die niet opneemt wordt doorgeschakeld naar de dienstdoende wijkverpleegkundige – om maar wat te noemen.

Die infrastructuur wordt wel in lagen onderverdeeld [2]. En over die ene kabel of internetverbinding gaan heel verschillende gegevenspakketten. Er is heel wat apparatuur nodig om dat alles goed te laten werken.

Tien problemen

In het ideale geval beschik je als zorginstelling over een moderne infrastructuur, waartoe iedereen toegang heeft. En die gestandaardiseerd is en overweg kan met de nieuwste apparaten en software die op de markt is.

De praktijk is vaak complex. En minder ideaal:

  1. Zorgtechnologieën gebruiken verschillende technologie om te communiceren. Bovendien wordt een ICT-infrastructuur ook gebruikt voor systemen als het ECD en intranet. En hoe zit het met telefonie?
  2. Andersom zijn er ook verschillende oplossingen mogelijk voor wat op het oog dezelfde communicatie is. Een voorbeeld: leg je nog wifi aan of ga je nu al helemaal over op mobiel internet?
  3. De infrastructuur in oudere zorglocaties is nog wel eens gedateerd. Vaste kabels liggen alleen in de kantoren. Er zijn wat wifipunten aangebracht, maar levert dat in alle kamers een goede verbinding op.
  4. Verschillende ‘generaties’ van zorginfrastuctuur. In die nieuwbouwlocatie is het wel op orde, maar in oudere locaties lang niet altijd. En alle locaties aanpakken vraagt hoge investeringen.
  5. Het aanleggen van ‘moderne’ infrastructuur is ook een risico. Niemand weet wat de toekomst brengt. Investeer je wel in de juiste apparatuur?
  6. Technologie is minder rechttoe rechtaan dan je denkt – niet alles werkt altijd goed en altijd goed samen. De bouwwijze heeft veel invloed. Een staalconstructie of folie in buitenramen kan wifi- en 4G-signalen lelijk verstoren.
  7. Geen enkele leverancier heeft een totaaloplossing. Hun deeloplossingen ‘praten met elkaar’. In theorie dan. In de praktijk doen ze dat niet altijd (goed).
  8. Leveranciers hebben bovendien een eigen positie. Ze leveren alarmering èn een stukje infrastructuur. Of infrastructuur zonder de apparatuur die ervan gebruik maakt. Of dienstverlening en advies, zònder de directe verantwoordelijkheid voor de apparatuur.
  9. Infrastructuur aanleggen is duur. Rendeert deze mee? Investeer je wel juist?
  10. Deze problemen nemen toe als er ook organiseerproblemen zijn. Een MT dat het belang niet ziet. Een ICT-afdeling die niet met je meedenkt.

Wat het probleem ook is. Uiteindelijk zit je er cliënt of verzorgende mee. Als cliënt omdat het alarm niet aankomt en je na een val lang blijft liggen. Als verzorgende, omdat de ipad op het appartement niet werkt en je de rapportage in het ECD op de gang moeten maken.

Visie, standaardiseren en partners

Een goede Infrastructuur is kortom essentieel voor de inzet van zorgtechnologie. En een complex vraagstuk dat met vele factoren samenhangt.

Zeven tips om het gemakkelijker te maken. Nou ja, minder moeilijk:

  1. Ontwikkel als zorginstelling een visie op je ICT-infrastructuur. Weet wat technologisch mogelijk is en welke partijen op de markt oplossingen aanbieden. Leid je keuzen af van je visie op zorg, het beoogd gebruik van zorgtechnologie en je argumentatie hoe die bijdraagt in persoonsgerichte en veilige zorg.
  2. Standaardiseer en virtualiseer. Kern van een betrouwbare en betaalbare infrastructuur is deze zo simpel en eenduidig mogelijk te houden. Hanteer een ideaalontwerp. Doe investeringen die je dichter brengen bij dat ideaalontwerp.
  3. Gebruik zoveel mogelijk publieke en directe communicatie. Communiceren via internet hoort inmiddels bij het dagelijks leven. We doen het elke dag. Veel zorgtechnologie kan op dezelfde wijze worden toegepast. Het is vooral opletten als uitval van technologie levensbedreigend is. En je moet iets vinden op de risico’s voor privacy van cliënten.
  4. Pak bij nieuwbouw en renovatie van vastgoed ook de ICT-infrastructuur aan. Investeer ambitieus in moderne middelen – volgens je ideaalontwerp. De meerkosten van extra kabels of access points zijn laag als er bouwkundig weinig extra voor hoeft te gebeuren.
  5. Manage de complexiteit. Hoe mooi je visie en ideaalontwerp ook zijn, je infrastructuur blijft gevarieerd. Vooral als je verschillende locaties hebt. Die kan ondanks die variatie prima blijven werken, mits je de verschillen kent en alert reageert op specifieke problemen. Dat kost mensen, kennis en geld.
  6. Problemen met netwerkapparatuur? Snel vervangen. De kosten houden je misschien tegen. Maar vergeleken met de risico’s voor de cliënt, tijdverlies van zorgcollega’s en schade van je de reputatie is het spotgoedkoop.
  7. Werk met vaste partners. Leveranciers die niet alleen de zorg kennen en passende technologie aanbieden, maar gedreven zijn om oplossingen te bieden die maatschappelijke waarde toevoegen aan je zorg en dienstverlening. Let op! Geen enkele leverancier is goed in alle ICT-diensten. Selecteer je partners daarom vooral op bewezen vaardigheden oplossingen te ontwikkelen in cocreatie met cliënten, gebruikers en andere leveranciers.

Tenslotte

Zorgtechnologie kan waarde toevoegen aan zorg en dienstverlening en de zorg in Nederland geld besparen. Maar werkt niet (goed) zonder betrouwbare infrastructuur.

Als zorginstelling waarborgen dat je over zo’n infrastructuur beschikt vraagt dat je op de hoogte blijft van technologische ontwikkelingen en de markt. Het vereist een ideaalontwerp, dat aansluit bij je visie op persoonsgerichte en veilige zorg, op de waarde van zorgtechnologie en hoe je die in je zorgprocessen inzet. Marktpartijen kunnen je daarbij helpen. Mits ze technologie èn zorg goed kennen, vanuit maatschappelijk belang oplossingen adviseren en samenwerken – ook met elkaar – om betrouwbare inzet van zorgtechnologie voor jouw cliënten als hun directe belang zien.


Dit is deel vier uit een serie korte artikelen over zorgtechnologie. Eerdere artikelen beschreven:

  1. Nieuwe technologieën in de zorg en hoe ze te ordenen zijn.
  2. Innoveren met cliënten leidt tot beter gebruik zorgtechnologie.
  3. Financiering als prikkel voor implementatie en gebruik van zorgtechnologie.

[Nick Grooff is een scherpzinnig verandermanager, coach en blogger over verandermanagement en innoveren. Hij helpt bedrijven en instellingen hun strategie, structuren, ICT en mensen in samenhang te ontwikkelen en zo hun maatschappelijke waarde te vergroten.]

Noten:

[1] Bron: https://nl.wikipedia.org/wiki/IT-infrastructuur

[2] Zie bijvoorbeeld het schema op https://nl.wikipedia.org/wiki/OSI-model

Financiering als prikkel voor implementatie en gebruik van zorgtechnologie

Er zijn tal van nieuwe technologieën die waarde kunnen toevoegen aan de zorg. Er zijn bovendien klanten die hier veel aan kunnen hebben en als we ze de mogelijkheden laten zien, er graag gebruik van maken. Dat het potentieel van zorgtechnologie nog lang niet voldoende wordt benut heeft blijkbaar niet alleen daarmee te maken. Er zijn meer factoren. Een belangrijke factor is het geld. In dit artikel meer over de vormen van financiering, de prikkels die ervan uitgaan en tips hoe vanuit die invalshoek de invoering van zorgtechnologie aan te pakken.

Het invoeren van zorgtechnologie neemt kosten met zich mee. Er moet kennis en/of apparatuur worden aangeschaft. Die moet vervolgens worden ingepast in een grotere innovatie van het zorgproces. Die specifiek is voor jouw organisatie. En als je dat in één zorgteam of locatie lukt heb je nog maar één stap gemaakt. Die vervolgens  moet worden opgeschaald naar alle.

Drie vormen van financieren

Het ligt nogal voor de hand dat dat geld kost. Hoe betaal je dat? Grofweg zie ik drie vormen van financiering:

  1. Projectfinanciering;
  2. Afzonderlijke bekostiging;
  3. Reguliere bekostiging uit zorgtarieven.

Projectfinanciering

Bij projectfinanciering wordt geldt vrijgemaakt om een project op te zetten, een oplossing te ontwerpen, een pilot te doen en de implementatie voor te bereiden. Dat kan komen uit ‘eigen middelen, subsidies, private investeringen, innovatiefondsen van zorgverzekeraars en voor specifieke doelgroepen’ [1].

Voor het ‘verzamelen van bewijslast’ zijn er speciale regelingen van de NZa [1]. Een mooi voorbeeld is ook de ondersteuning door coaches vanuit Invoorzorg! Thematranche Technologie [2]. Een mooi initiatief, omdat het kennis oplevert die weer aan andere zorgverleners ter beschikking wordt gesteld.

Afzonderlijke bekostiging

Bij afzonderlijke bekostiging wordt voor de aanschaf en/of het in stand te houden van specifieke voorzieningen geld ter beschikking gesteld. Een belangrijk voorbeeld hiervan is de zorginfrastructuur – een regeling die nu wordt afgebouwd [3].

Reguliere bekostiging uit de zorgtarieven

Als zorgverlener kun je de innovatie zelf organiseren en uit de reguliere zorgtarieven en –volumes financieren. Je zult de ontwikkeling en implementatie dan moeten voorfinancieren. Of ervoor kiezen de voorziening als service in te kopen. In dat laatste geval heb je minder aanloopverliezen, maar wordt je wel afhankelijker van een leverancier en kun je in de praktijk duurder uit zijn.

Financiering uit de reguliere bekostiging is uiteindelijk natuurlijk van toepassing op alle vormen van implementatie en opschaling van alle vormen van zorginnovaties. En is heel goed mogelijk. In de Wlz bijv. omdat ‘in de prestatiebeschrijvingen (-) niet (staat) beschreven in welke vorm zorg moet plaatsvinden’. En specifiek voor zorg op afstand ‘per cliënt (-)  maximaal 4 uur per maand tegen het afgesproken basistarief van de belangrijkste geïndiceerde functie (-) gedeclareerd (kan) worden’ [4].

Speciale aandacht in de zorginkoop

In de praktijk zijn er ook combinaties van de bovenstaande vormen mogelijk. Zo bestaat vanaf 2016 de nieuwe prestatie ‘beloning op maat’: ‘zorgaanbieders en verzekeraars kunnen dan samen afspraken maken over bijvoorbeeld het belonen van extra kwaliteit, innovatieve vormen van zorg of de organisatie daarvan’.

Andere opties zijn nog gebruik te maken van de beleidsregel Innovatie [5]. Je ziet dat hierin vooral aandacht is voor projecten gericht op ketenzorg, multidisciplinaire zorg en integrale zorg en voor specifieke doelgroepen [6]. Het is een trend die je ook in de zorginkoop terugziet. Zorgverzekeraars zullen uiteindelijk afscheid (-) nemen van zorgverleners die geen ‘zorgproces (-) hebben waarin eHealth een betekenisvolle functie heeft’ [7].

Prikkels – positief en negatief

Elk van deze vormen van financiering heeft andere prikkels in zich:

  • Projectfinanciering prikkelt vooral met innoveren te beginnen, een mooi concept te realiseren en een goede proeftuin te draaien. Er is echter nauwelijks een prikkel de innovatie ook in het gehele zorgproces te borgen en het gebruik ervan volledig te verzilveren. Die ‘overdracht’ gaat dan ook vaak moeizaam.
  • Afzonderlijke bekostiging prikkelt vooral de voorziening te realiseren en in stand te houden. Die staat dus ter beschikking van collega’s in het zorgproces en dat is positief. Maar de prikkel de technologie optimaal in het zorgproces in te zetten ontbreekt. Met als risico dat het potentieel onvoldoende wordt benut. Zolang de regeling bestaat is dat geen financieel risico voor de zorgverlener. Maar het is maatschappelijk zeer ongewenst natuurlijk.
  • Financiering uit de reguliere bekostiging is uiteindelijk altijd nodig. Dus waarom zou je niet direct vanaf de start daarmee te beginnen? Als het proces wordt gestuurd op maatschappelijke waarde en gedekte kosten en de zorgtechnologie heeft daar een positief effect op, dan is de prikkel deze optimaal te benutten. Maar zo gemakkelijk is het vaak niet. Het vraagt investeringen om te starten en een duidelijke visie en doorzettingsvermogen om vanaf de start de uiteindelijke exploitatie al voor ogen te hebben.

Voldoende reden

Al met al is er voldoende reden om goed over investeringen en financiering na te denken. In welke vorm je ook met zorgtechnologie aan de slag gaat. En in welk stadium van de ontwikkeling je je ook bevindt.

Wat moet je concreet doen? Daar is niet één recept voor. De kunst is voor jou context te bedenken waar het geld vandaan komt en welke prikkels dit veroorzaakt – positieve èn negatieve. En bewust te sturen op projectopdrachten, de verdeling van verantwoordelijkheden en de verantwoording van kosten en opbrengsten. Zodat prikkels ontstaan voor vooruitgang en het creëren van maatschappelijke waarde.

Het is daarbij goed om te weten dat pilots van zorginnovaties ‘laten zien dat de ervaren kwaliteit van zorg toeneemt en de zorgkosten afnemen, met name als er tegelijkertijd een herontwerp van het zorgproces plaatsvindt, bij voorkeur over de gehele zorgketen’ [8]. En dat is precies waar het ons maatschappelijk om gaat, natuurlijk!

Bij het invoeren van zorgtechnologie is financiering vaak een factor van betekenis. Elke vorm van financiering heeft prikkels in zich die tot vooruitgang leiden, maar kan ook negatieve effecten hebben. Door bewust de vormen van financieren in te zetten en te combineren en negatieve prikkels te compenseren,  kan het grote potentieel van zorgtechnologie worden benut.


Noten:

[1] Bron: http://www.zorgvoorinnoveren.nl/kennisbank/e-health-financiering/financiering-en-e-health

[2] Bron: http://www.invoorzorg.nl/ivz/Deelnemers-Thematranche-Technologie.html

[3] Tot en met 2017 stelt de Staatssecretaris van VWS dan ook een subsidieregeling in waarmee de zorgaanbieders hun bestaande  infrastructuur in stand kunnen houden. Bron:  https://www.nza.nl/1048076/1048107/Care_AWBZ_14_13c__Subsidieregeling_voortzetting_zorginfrastructuur_2015_2017.pdf

[4] Bron: http://www.zorgvoorinnoveren.nl/kennisbank/e-health-financiering/bekostiging-en-e-health/intramurale-wlz/

[5] https://www.nza.nl/1048076/1048090/AL_BR_0027__Innovatie_ten_behoeve_van_nieuwe_zorgprestaties.pdf

[6] https://www.nza.nl/95826/innovatie/99461/Lopende_innovaties.pdf

[7] http://www.zorgvisie.nl/ICT/Nieuws/2014/5/Zorgverzekeraars-gaan-e-health-opdringen-1529379W/

[8] http://www.zorgvoorinnoveren.nl/kennisbank/e-health-financiering/inkoop-en-e-health/


[Nick Grooff is een scherpzinnig verandermanager, coach en blogger over verandermanagement en innoveren. Hij helpt bedrijven en instellingen hun strategie, structuren, ICT en mensen in samenhang te ontwikkelen en zo hun maatschappelijke waarde te vergroten.]

Innoveren met cliënten leidt tot beter gebruik zorgtechnologie

Het inzetten van technologie in de zorg heeft grote beloftes in zich. In mijn vorige blogpost zette ik de technologie op een rijtje. Ik maakte gebruik van het ‘periodiek systeem’ van Nictiz en de inventarisatie van Vilans van de mogelijkheden van nu al beschikbare producten en diensten gericht op de consument.

Ik besloot dat eerste artikel over zorgtechnologie met de conclusie dat het niet alleen om technologie gaat. Lang niet. Er zijn nog minstens zeven andere factoren die een succesvolle inzet van zorgtechnologie bepalen.

De eerste is misschien wel de klant.

De vraag is hoe je die betrekt. Dat is het onderwerp van deze tweede blog over zorgtechnologie.

Een warme hand

Wat is goed voor de klant? Dat is een beladen onderwerp. Waar iedereen een mening over heeft. Niet in het minst verzorgenden zelf.

Deze week mocht ik deelnemen in de zesde dialoog over cliëntgerichte en veilige zorg voor mensen met dementie met een groep van ongeveer 15 oud-collega’s van een vorige werkgever.  Dat in het kader van het programma U woont nu hier [1].

Het gesprek kwam op vrijwilligers – inmiddels van essentieel belang in de zorg, maar niet altijd gemakkelijk te vinden. René, die het gesprek leidde, bracht het gesprek na een vraag van mij vervolgens op zorgtechnologie. Is dat een middel om het niveau van de zorg te waarborgen, als in de toekomst de zorgvraag en zwaarte toe gaan nemen maar de financiering en het aantal beschikbare medewerkers niet?

Twee reacties waren typisch voor wat je vaak hoort.

Eén collega zei direct: ‘Die beeldschermzorg is wat voor meneer Kramer! [2] Die bezoeken we twee keer per dag. Aan het eind van de middag gaan we alleen langs om te controleren of hij zijn medicijn juist inneemt!’ Een duur ritje Wieringerwerf-Slootdorp. Elke dag.

Meneer Kramers zoon woont in Frankrijk, zo bleek. Ze skypen regelmatig. Op dezelfde manier even contact over het innemen van de pillen is vast geen probleem.

‘En bedoel je dan ook de zorgrobot?’, vroeg een collega mij. Dat zag ze niet zitten.

‘Het is toch prettig een warme hand te voelen tijdens het douchen?’ Waarop een andere collega zei: ‘Hoezo warme hand? Jij staat toch ook alleen onder de douche!’

Zou het ook kunnen dat juist robots ons in staat gaan stellen het leven te (blijven) leven dat zonder hen niet meer mogelijk zou zijn? [3]

Wat heeft de klant eraan?

Het gaan gebruiken van zorgtechnologie is een vorm van innovatie. Bij innovatie is het vooral van belang buiten gebaande paden te denken en steeds opnieuw vragen te stellen.

Daarop wijst Gijs van Wulfen in zijn boek The Innovation Expedition [2].

Vragen stellen doe je om kennis te verzamelen. En daarvoor doe je ook onderzoek, natuurlijk. Maar belangrijker nog is vervolgens steeds de vraag te stellen: wat leer ik hiervan. Door je oordeel uit te stellen. En door steeds weer opnieuw te vragen: waarom?

Eén van de vormen van onderzoek is die vraag aan je klanten te stellen. Welke technologie is er? Welke is mogelijk relevant? Wat doet die voor jou als klant en waarom?

Beperk je vooral niet tot vragen trouwens. Oberveer ook het gedrag van klanten en vraag jezelf af waarom ze doen zoals ze doen. Let op problemen. Juist waar het schuurt kan technologie helpen het leven aangenamer te maken.

Succes en belemmering

In 2010 deed Alares in opdracht van het zorginnovatieplatform onderzoek naar de Succes- en belemmeringsfactoren voor het versnellen van opschaling van innovaties [3]. De auteurs verwijzen naar 52 factoren die van invloed zijn bij succesvol innoveren in de zorg.

Een aantal daarvan hebben direct te maken met de betrokkenheid en bereidheid van de gebruiker:

  • vermogen van de gebruiker voor zelfstandig gebruik van de innovatie
  • klinische relevantie van de innovatie
  • de mate van beloning van de innovatie voor de (eind)gebruiker
  • mate van belasting van de innovatie voor de patiënt
  • bereidheid tot gedragsverandering bij de gebruiker van de innovatie
  • eenduidige wensen en/of eisen van de patiënt ten aanzien van de innovatie
  • ruimte voor aanpassing van de innovatie aan de eigen situatie van de patiënt
  • gebruikers van de innovatie zijn betrokken bij de opschaling

Wat betekent dit voor de inzet van zorgtechnologie?

Dat de meest succesvolle invoering gericht is op concrete resultaten, niet teveel moeite kost, gemakkelijk is in te passen in het leven van de cliënt (en hierop ook is aan te passen) en dat gebruikers zelf zijn betrokken (want dan lukt dit ook het beste).

En waarschijnlijk ook dat je het succes van innovaties kunt verhogen door de klant te stimuleren of te helpen nieuwe technologie te gebruiken.

En nu aan de slag?

De vraag is nu hoe je hier concreet vorm aan geeft.

In zijn boek Klant in de driver’s seat [4] reikt Sjors van Leeuwen daarvoor een paar concrete bouwstenen aan. Om te beginnen onderscheidt hij situaties waarin de klant aan het stuur is van die waarin de organisatie aan het stuur is. Iets om vooraf over na te denken!

Een tweede keuze heeft te maken met die tussen standaard- en maatwerkoplossingen.

Beide dimensies zijn overigens niet zwart-wit, maar meer een continuüm. En met de boodschap van Van Wulfen in gedachten: je denkt misschien dat maatwerk niet mogelijk is? Maar als het mogelijk zou zijn: hoe ziet het er dan uit? Wat levert het de klant op? En waarom is dat belangrijk?

Een paar voorbeelden van methoden om echt vanuit een klantvraag te innoveren die Sjors noemt in zijn boek [4]:

  • mass collaboration – ‘het samenwerken van grote groepen mensen aan ideeën, producten en diensten zonder dat daar direct een organisatie bij betrokken is’ (denk aan Wikipedia);
  • crowdsourcing – als organisatie ‘doelgericht gebruik maken van een grote groep amateurs, professionals en geïnteresseerden voor informatie, advies onderzoek en ontwikkeling’;
  • cocreatie – het ‘samen met klanten en partners ontwikkelen en verbeteren van producten en diensten’;
  • productconfiguratie – ‘klanten kunnen producten en diensten op maat samenstellen door ze te configureren en personaliseren’.

Hoe en waar je deze bouwstenen inzet is afhankelijk van hoever het innovatieproces is gevorderd. Heb je nog geen idee wat je gaat doen of werk je vooral nog aan je concept, dan zijn onderzoek en crowdsourcing aan de orde.

Wordt het product of dienst concreet – denk dan aan cocreatie en simulatie. Is het al volop in gebruik, vraag dan je klanten vooral om concrete feedback, zodat je het bestaande product gericht kunt verbeteren.

Vooral vandaag beginnen!

Het zo nadenken over innoveren biedt direct aanknopingspunten om met zorgtechnologie aan de slag te gaan. Welke klanten willen meedenken en samen je dienstverlening ontwikkelen?

Dat meneer Kramer zich bezwaard voelt dat een verzorgende elke avond voor 2 minuten langs komt, is een kans. Waarom niet vandaag al skypen? Daar zou je geen dag mee moeten wachten, lijkt me.

Zo is er ook vast een cliënt te vinden die die warme hand bij het douchen best kan missen. Of die altijd maar een inbreuk op zijn privacy vond – kun je het je voorstellen? En die trouwens liever douchet op de tijd die hem uitkomt dan elke ochtend op de verzorgende te wachten.

Zo kan technologie daadwerkelijk burgers de regie over het eigen leven (terug) geven.

Wil je als zorginstelling met zorgtechnologie aan de slag? Dan is het de kunst die cliënten te vinden en direct met innoveren te beginnen. Want alleen door te ‘doen’ maak je werkelijk gebruik van de mogelijkheden die zorgtechnologie biedt. En bouw je de kennis en het vermogen op om er optimaal gebruik van te maken.


Noten:

[1] Het e-learning programma “U woont nu hier” en de daarbij behorende boeken “U woont nu hier” (2008) en “Het Demente Brein (omgaan met probleem gedrag)” (2014) van Gerke de Boer biedt medewerkers van nivo 2 t/m 4 [in de zorg] een [-] basisprogramma op [die] onderwerpen.

De opzet van het programma is een mooi voorbeeld hoe innovatie kan werken. Bied mensen kennis die relevant is voor hun werk in een aantrekkelijke vorm – de eLearning component – en stimuleer en faciliteer het gesprek daarover zodat het betekenis krijgt en daadwerkelijk tot verandering leidt. In dit geval tot meer cliëntgerichte zorg in verpleeghuizen en kleinschalige woonvormen voor mensen met dementie.

Als (voormalig) manager in de zorg met bij uitstek ondersteunende portefeuilles als marketing, informatiemanagement en kwaliteit, is het voor mij een manier om uit eerste hand te horen hoe collega’s in de zorg hun werk beleven en daar samen zin aangeven. Vanuit hun eigen drijfveren en onder druk van ontwikkelingen in maatschappij en politiek en de wijze waarop bestuur en management van de eigen organisatie daarmee omgaan.

[2] De naam van meneer Kramer is gefingeerd.

[3] Het was Ina Diermanse van Bureau HHM die me op dit filmpje attendeerde

[4] The innovation expedition is een aantrekkelijk boek vol inspirerende verhalen over innovatie. Er is ook een website, waarop een aantal hulpmiddelen die Gijs van Wulfen aanreikt zijn te downloaden. Ik gebruikte ‘The 66 point innovation checklist’.

[5] Eindrapportage Kennis(in)kaart; Succes- en belemmeringsfactoren voor het versnellen van opschaling van innovaties. Den Haag, 22 april 2010.

[6] De bouwstenen voor klantgedreven innovatie heb ik ontleend aan het boek Klant in de drivers seat van Sjors van Leeuwen, een rijke verzameling verhalen en inzichten over innovatie en hulpmiddelen om die binnen je eigen organisatie te versnellen.  Er zijn regelmatig nieuwe verhalen op zijn blog Klantgericht ondernemen in de 21e eeuw


[Nick Grooff is een scherpzinnig verandermanager, coach en blogger over verandermanagement en innoveren. Hij helpt bedrijven en instellingen hun strategie, structuren, ICT en mensen in samenhang te ontwikkelen en zo hun maatschappelijke waarde te vergroten.]

Zorgtechnologie: een strandbal met acht kleuren

Samen met een collega-adviseur mag ik deze weken een klant – een instelling voor wonen en zorg – begeleiden bij het ontwikkelen van een digitale strategie. Centraal staat de vraag: hoe gebruiken we informatie- en communicatie­technologie optimaal bij het leveren van diensten op het gebied van wonen en zorg.

Voor de klant een mooie gelegenheid om wat mensen van buiten te laten beoordelen of wat als strategie is opgeschreven ook in de inzet van ICT terug komt. En ‘op de werkvloer’ te laten ophalen welke systemen men best ziet zitten, wat men al gebruikt en waar dat goed gaat en beter kan.

Hoe dat gebruik in de praktijk kan bevallen wordt mooi geïllustreerd in dit filmpje:

Het zijn altijd trajecten waar veel energie vrijkomt, men zin krijgt om aan de slag te gaan. Wat wij toevoegen is als expert hier en daar de kennis aanvullen en – vooral – van al die opgehaalde informatie één droombeeld maken en de stappen voorstellen hoe daar te komen. Aan dat plan heb je als je aan de gang gaat regelmatig nog houvast.

Bij wonen en zorg gaat het dan niet alleen om informatievoorziening. Ook op allerlei andere manieren kan technologie waarde toevoegen aan de kwaliteit van wonen en zorg. Technologie maakt soms nieuwe dingen mogelijk. Het kan mensen wat regie over hun leven terug geven. En soms bespaart het tijd en geld, zodat die beschikbaar komen voor ‘warme zorg’.

Voor ons is dat een moment weer eens op een rijtje te zetten welke technologie eigenlijk beschikbaar is. En daar voor ons zelf en de mensen van de klant wat orde in te scheppen.

Ordening in de wereld van de eHealth

Mij heeft het eerder geholpen aan te sluiten bij de ordening die Nictiz heeft gemaakt. Stichting Nictiz is het expertisecentrum voor standaardisatie en eHealth. Zij heeft als missie: ‘Nictiz streeft naar betere zorg door betere informatie. Wij ondersteunen het zorgveld bij het benutten van ICT om de kwaliteit van en efficiëntie binnen de zorg te verbeteren.’

Vanzelfsprekend houdt Nictiz zich dus bezig met eHealth. Daaronder verstaat ze: ‘eHealth is het gebruik van nieuwe informatie- en communicatietechnologieën, en met name Internet-technologie, om gezondheid en gezondheidszorg te ondersteunen of te verbeteren.’

Het gevoel dat ordening nodig is in het brede domein van eHealth heeft geresulteerd in een whitepaper ‘Ordening in de wereld van eHealth’ [1]. Blijkbaar vond ze het veld van mogelijkheden zo breed dat het nodig is een ‘periodiek systeem’ [2] van eHealth-toepassingen te maken.

Om tot een periodiek systeem te komen onderscheidt Nictiz drie dimensies. Zo is ordening mogelijk op basis van de gebruikersgroep (cliënten of patiënten, mantelzorgers, zorgverleners, etc.). En is ordening mogelijk naar gelang het proces dat wordt ondersteunt. Die kunnen publiek zijn (voorlichting en preventie), gericht op de zorg (zoals diagnose en behandeling) en op de ondersteuning van zorg (zoals een elektronisch dossier en de financiële afhandeling).

10 technologiefamilies

De derde dimensie is die van families van technologieën. Ik noem het families omdat het gaat om een indeling naar de mate waarin technieken verwant zijn. Terecht wordt in het document aangegeven dat een technologie soms ‘op zichzelf ook weer meerdere dimensies kent’. Er zijn ook ‘complexere eHealth-toepassingen die verschillende [-] technologieën combineren’.

Mij viel op dat zes van de tien categorieën hebben vooral te maken met informatievoorziening. Ze leven voor mensen in de zorg omdat ze al worden gebruikt. Of omdat de wens bestaat dat meer te doen om registraties op papier en communicatie via email te vervangen:

  1. Webapplicaties en webportalen bieden de mogelijkheid onafhankelijk van tijd en plaats via de browser zorggerelateerde informatie te raadplegen of in te voeren.
  2. Mobiele apps hebben als gemeenschappelijk kenmerk dat ze zijn ontwikkeld voor smartphone en tablet. Er zijn veel verschillende apps. Veel zijn gericht op de patiënt/zorgconsument. Zie voor tien van de meest gebruikte apps de website zorg-voor-beter.
  3. Elektronische patiëntendossiers (EPD) en Persoonlijke gezondheidsdossiers (PGD) zijn systemen waarin zorgverleners patiëntgegevens registreren over zorg en behandeling, in het algemeen binnen hun eigen zorgorganisatie, soms ook multidisciplinair, over instellingen heen en in interactie met cliënt en familie.
  4. Medische integratie-netwerken waarover medische informatie wordt uitgewisseld, zoals medicatiegegevens en recepten of radiologische beelden.
  5. Algemene integratie-netwerken voor de uitwisseling van gegevens tussen samenwerkende (zakelijke) partners.
  6. Business intelligence en ‘big data’ oplossingen voor het analyseren van gestructureerde en ongestructureerde gegevens tot informatie voor beslissingsondersteuning.

Zorgtaken vervangen

Vier van de technologieën zijn in staat zorgtaken zelf te vervangen en vergemakkelijken niet alleen de registratie. Deze technologieën worden steeds meer toegepast. Maar opvallend genoeg lang nog niet in alle zorginstellingen:

  1. Health-sensoren, health-gateways en wearable devices zijn apparaatjes die thuis bij de cliënt vitale lichaamsfuncties meten en die gegevens doorgeven naar een professional. Je kent de smartwatch? Het mag ook best een matrasovertrek zijn.
  2. Videocommunicatie of ‘beeldbellen’ maakt het mogelijk zorg op afstand te geven, toezicht te houden of regelmatiger even contact te hebben.
  3. Domotica is de ‘verzamelnaam voor toepassing van elektronica voor automatisering in huis’. Met omgevingsbewuste sensoren en actuatoren kan het leefklimaat in een woning worden geregeld of zaken in de woning automatisch worden bediend.
  4. Robots zijn machines ontworpen voor bepaalde taken, bestuurd door software.

Gewoon te koop

Je kunt technologie ook langs andere lijnen indelen. Zo publiceerde Vilans recent een overzicht van voor zorg en welzijn bruikbare technologie die gewoon door jou en mij aan te schaffen is [3]. Op dit overzicht staan veel apps. Je vindt er bekende diensten en producten als Whatsapp, Google Glass en het robothondje Zoomer, maar ook veel minder bekende.

Vilans maakte het onderscheid tussen al die technieken vooral uit het oogpunt van de consument. Dan zijn andere dimensies relevant. Of het een product is bijv. of een dienst. Of je het gemakkelijk in gebruik kunt nemen of ook wel technische kennis. En waar je het voor kunt gebruiken.

Het meest opmerkelijk vond ik nog wel deze airbag om te dragen. Die kan heel wat heupfracturen voorkomen:

Het resultaat is vooral bedoeld te inspireren – door veel mogelijkheden te laten zien. Dat is wat mij betreft prima gelukt!

En – hoe is het gebruik?

Heb jij dat ook – dat je best enthousiast wordt als je hier even induikt? Er is zoveel mogelijk! Maar het riep bij mij wel direct de vraag op hoeveel er nu werkelijk gebruik wordt gemaakt van deze nieuwe technologieën.

Dat is in zijn algemeenheid waarschijnlijk moeilijk te zeggen. Enerzijds zijn er tal van instellingen die al veel ervaring hebben. Anderzijds noemden Nictiz en Nivel hun rapportage over de stand van zaken in 2015 niet voor niets ‘Tussen vonk en vlam’ [4]: ‘De Nederlandse zorg is druk aan de slag met eHealth’ maar ‘de resultaten van [alle] lokale inspanningen [zijn] nog niet altijd op landelijke schaal zichtbaar.’

Enkele bevindingen over de ‘care’:

  • rond de 40% van de onderzochte zorgmedewerkers gebruikt een computer of tabel om op afstand informatie op te halen uit het cliënten/patiëntendossier;
  • rond de 15% geeft aan in hun werk apps voor zorg en gezondheid te gebruiken;
  • 7% van de medewerkers geeft aan een medicijndispenser te gebruiken (een apparaat waarmee de patiënt thuis op de geplande tijden medicijnen aangeboden krijgt en dat de zorgmedewerker een alarm geeft als deze niet worden uitgenomen) en nog eens 7% dat collega’s deze gebruiken;
  • 4% gebruikt een apparaat dat geregeld gezondheidswaarden meet en verstuurt.

It’s not just technology, stupid

Blijkbaar is het beschikbaar zijn van technologie niet genoeg. Sterker nog: in gesprekken met zorginstellingen hoorde ik vele factoren die succesvolle implementatie bepalen:

  • Wat wil de cliënt of patiënt en wat helpt de techniek daarbij;
  • Wat betekent het voor het zorgproces;
  • Hoe financier je het;
  • De technische infrastructuur;
  • Hoe verloopt het innovatieproces;
  • Business case, maatschappelijke doelen en systeeminnovatie;
  • Wet- en regelgeving.

Zorgtechnologie succesvol inzetten heeft kortom vele verschillende invalshoeken – het is als een strandbal met verschillende kleuren – vanuit elk gezichtspunt ziet het er weer anders uit.

Factoren om samen met onze klant verder te verkennen. En in een volgende post meer over te delen.

Heb jij ervaring met het gebruiken en/of het invoeren van nieuwe technologieën in de zorg? Welke lessen heb jij geleerd? Ik ben benieuwd naar je suggesties en tips!


Noten:

[1] – De whitepaper  ‘Ordening in de wereld van eHealth’ van Nictiz heeft mij meerdere keren geholpen overzicht te houden over eHealthtechnologie en de toepassingen daarvan. Je vindt haar op de website van Nictiz.

[2] – ‘Periodiek systeem’ is een verwijzing naar het periodiek systeem van elementen, ‘een tabel met daarin de chemische elementen, geordend volgens hun atoomnummers (aantal protonen in de atoomkern), zodanig dat elementen met vergelijkbare elektronenconfiguratie (en daarmee vergelijkbare stofeigenschappen) boven elkaar staan.’ (Bron: Wikipedia)

[3] Overzicht consumentenelektronica zorg (Vilans, 2016):  http://www.vilans.nl/publicatie-overzicht-consumentenelektronica-zorg.html

[4] Nictiz/Nivel (2015). Tussen Volk en vlam. eHealth-monitor 2015. Zie ook de infograph.

[Nick Grooff is een scherpzinnig verandermanager, coach en blogger over verandermanagement en innoveren. Hij helpt bedrijven en instellingen hun strategie, structuren, ICT en mensen in samenhang te ontwikkelen en zo hun maatschappelijke waarde te vergroten.]