Hoogbegaafdheid en innovatie – een prima combinatie?

In het voorjaar van 2012 reed ik op een zonnige voorjaarsdag het parkeerterrein van een zorginstelling in Schagen op. Ik herinner me intensieve gesprekken met een sollicitatiecommissie en een adviescommissie waarbij ik blijkbaar een goede indruk achterliet. Een paar weken later was ik MT-lid. De ICT vernieuwen, het kwaliteitsdenken ontwikkelen en de instelling beter in de markt zetten was de innovatieopdracht voor mij en mijn collega’s die samen het servicecentrum vormden.

In de jaren daarna lukte die vernieuwing vaak goed. We selecteerden een nieuw computersysteem, voerden het voortvarend in voor de basisadministratie en deden een succesvolle pilot met het elektronisch dossier. Het was leuk werken in een projectteam waar mensen uit de zorg zelf de werkgroepen vormden. Zij ontdekten steeds beter de mogelijkheden van ICT. En bedachten zelf hoe die goed te benutten en hun collega’s daar weer enthousiast voor te maken.

In een snel veranderend zorglandschap zag ik klantadviseurs hun eigen manier vinden om cliënten en familie uit te leggen dat de vormen van zorg en eigen bijdragen veranderden, maar dat als het echt nodig is je altijd nog kon rekenen op de noodzakelijke zorg. Ondanks de teneur in de media. We vergrootten de naamsbekendheid door op beurzen te gaan staan, gericht te adverteren en social media te gebruiken. En het werkte.

De ouderenzorg was voor mij een nieuwe sector. Uitpluizen hoe die in elkaar zit een intellectuele uitdaging. Bijdragen aan de maatschappelijke doelstelling de zin.

Toch nam ik drie jaar later ontslag.

Vernieuwing

Begin september 2015 toastte ik dus met mijn oud-collega’s op mijn nieuwe start als zelfstandig professional. De vraag hoe het zover was gekomen dat ik nu al opstapte zou me in de maanden daarna nog niet los laten.

Want vernieuwing is de rode draad in mijn carrière. Hoe kan het dan niet lukken als innovatie je opdracht is?

In de maanden erna heb ik de film van die drie jaar nog vaak afgedraaid. Er was sprake van een grote hectiek. In het MT voelde ik me steeds minder thuis. Hadden mijn collega’s wel achter die vernieuwing gestaan? Er was geen tijd om relaties te onderhouden – of had ik die tijd onvoldoende genomen? Ik had de politiek gezien, maar had ik me niet ook aan dat spel onttrokken?

Hoogbegaafdheid en innovatie – een prima combinatie?

Daar kwam in februari 2016 een dimensie bij, toen Rosa me, zomaar midden in een gesprek over dromen en plannen vroeg: ‘Ben jij soms hoogbegaafd?’

Niet dat ik wist.

Maar ik ging erover lezen. En herkende mezelf in veel wat ik las. Wat weer enorm hielp bij het beantwoorden van die vraag hoe het toch zover was gekomen.

Onderzoek

En toen was ik toe aan mijn masterscriptie. De bekroning van de studie managementwetenschappen die ik vanaf mijn vijfentwintigste altijd nog wilde doen en in 2012 was begonnen.

Hoogbegaafd zijn, enorm van de vernieuwing zijn en dan toch niet helemaal voor elkaar krijgen wat je voor ogen hebt. In mijn onderzoek kwam mooi bij elkaar wat me bezig hield.

In de voorbereiding las ik wetenschappelijk onderzoek naar innovatie. Waaruit onder meer kwam dat persoonlijke factoren en de kenmerken van de werkomgeving innovatief werkgedrag bevorderen.

De persoonlijke factoren die innovatie stimuleren lijken daarbij nog eens sterk op de kenmerken van hoogbegaafdheid, zoals die uit ander onderzoek naar voren zijn gekomen. En waarover ik in die maanden daarvoor zoveel had gelezen.

Toch is naar het innovatieve werkgedrag van hoogbegaafden maar zeer beperkt onderzoek gedaan.

Interviews

Op basis van de literatuur maakte ik een theoretisch raamwerk en een vragenlijst. Met die in de hand interviewde ik zes hoogbegaafden over hun innovatief werkgedrag, hun persoonlijke kenmerken, hun werkomgeving en over de mate waarin deze factoren elkaar beïnvloedden.

Het was een heel gevarieerde groep: mannen en vrouwen tussen de 23 en 59 jaar, werkzaam in verschillende sectoren. Zij werkten als ondernemer, als zelfstandig professional of in loondienst.

Naast de hoogbegaafden sprak ik ook uitgebreid met hun leidinggevende, een collega of een zakenpartner. Het ging immers over gedrag. Dat zou ook voor de omgeving zichtbaar moeten zijn.

Uitkomsten

De hoogbegaafden uit het onderzoek bleken graag met innovatie bezig te zijn. Hun intelligentie, hun snelle en complexe manier van denken en hun nieuwsgierigheid hielpen hen daarbij.

Sommige hoogbegaafden werkten graag in alle fasen van innovatie, van ideegeneratie tot en met implementatie. Anderen hadden een duidelijke voorkeur voor een deel van het proces. Er waren grote verschillen in wat ze innoveerden. Ze noemden bijvoorbeeld: producten, processen, technologie, allerlei managementsystemen en behandelmethoden. En combinaties daarvan.

Ze gaven bovendien opvallend vaak aan dat het klimaat in het team waarin ze werkten en de richting en ondersteuning die ze van hun leidinggevenden kregen zo bepalend was voor ze. Die factoren hadden een sterke invloed op de mate waarin de hoogbegaafden hun talenten effectief voor innovatie konden inzetten, vertelden ze me.

Hoogbegaafdheid en innovatie – een prima combinatie?

Die omgeving beïnvloeden lukte sommige hoogbegaafden beter dan anderen. Hoogbegaafden met goede sociale vaardigheden en de wil die verder te ontwikkelen leken beter samen te werken en waren succesvoller in het innoveren.

Praktisch toepasbaar

Met de inzichten uit het onderzoek kunnen hoogbegaafden hun eigen talenten beter benutten. Ze helpen managers en HR-professionals hoogbegaafd talent in hun organisatie beter te vinden, te ontwikkelen en effectiever in te zetten. Overheden en beleidsmakers kunnen met deze adviezen de ontwikkeling van hoogbegaafden en de innovatie in Nederland stimuleren.

Zelf heb ik ook veel geleerd uit de interviews. Praktische strategieën om een passende omgeving te vinden en die waar nodig is om te vormen naar wat voor jou werkt. Het belang van samenwerken en praktische ideeën hoe je daar beter in kan worden.

Maar ook degenen die ik interviewde leerden soms wat over zichzelf. Het onderwerp schepte een band. Als na anderhalf uur de microfoon uit ging, zaten we soms nog lang ervaringen en tips uit te wisselen.

In juli 2017 ben ik met dit onderzoek afgestudeerd. Maar het ligt nog lang niet achter me.

Daarom vertel ik de komende tijd meer over de gesprekken die ik voerde en de inzichten die me dit opleverde. En nodig jou uit deze serie te volgen en je reactie hieronder achter te laten.

Veel plezier en succes met innoveren!


Mijn naam is Nick Grooff. Ik  werk als zelfstandig innovatiecoach en verandermanager. In 2017 deed ik onderzoek naar het innovatieve werkgedrag van hoogbegaafden; sindsdien schrijf en spreek ik erover.

Ik ben initiatiefnemer van Innoveer je bedrijf!, een programma voor ondernemers, bestuurders en directeuren die sneller willen innoveren; oprichter van een netwerk van maatschappelijke ondernemers in de regio Alkmaar; en medeorganisator van het HB-café Alkmaar.

De komende maanden publiceer ik hier regelmatig over mijn onderzoek naar het innovatieve werkgedrag van hoogbegaafden. Wil je updates ontvangen? Schrijf je dan hier in voor mijn nieuwsbrief. Het onderzoeksrapport is overigens hier al na te lezen.


De afbeeldingen bij dit artikelen komen van freepik.com.

Zorgtechnologie: een strandbal met acht kleuren

Samen met een collega-adviseur mag ik deze weken een klant – een instelling voor wonen en zorg – begeleiden bij het ontwikkelen van een digitale strategie. Centraal staat de vraag: hoe gebruiken we informatie- en communicatie­technologie optimaal bij het leveren van diensten op het gebied van wonen en zorg.

Voor de klant een mooie gelegenheid om wat mensen van buiten te laten beoordelen of wat als strategie is opgeschreven ook in de inzet van ICT terug komt. En ‘op de werkvloer’ te laten ophalen welke systemen men best ziet zitten, wat men al gebruikt en waar dat goed gaat en beter kan.

Hoe dat gebruik in de praktijk kan bevallen wordt mooi geïllustreerd in dit filmpje:

Het zijn altijd trajecten waar veel energie vrijkomt, men zin krijgt om aan de slag te gaan. Wat wij toevoegen is als expert hier en daar de kennis aanvullen en – vooral – van al die opgehaalde informatie één droombeeld maken en de stappen voorstellen hoe daar te komen. Aan dat plan heb je als je aan de gang gaat regelmatig nog houvast.

Bij wonen en zorg gaat het dan niet alleen om informatievoorziening. Ook op allerlei andere manieren kan technologie waarde toevoegen aan de kwaliteit van wonen en zorg. Technologie maakt soms nieuwe dingen mogelijk. Het kan mensen wat regie over hun leven terug geven. En soms bespaart het tijd en geld, zodat die beschikbaar komen voor ‘warme zorg’.

Voor ons is dat een moment weer eens op een rijtje te zetten welke technologie eigenlijk beschikbaar is. En daar voor ons zelf en de mensen van de klant wat orde in te scheppen.

Ordening in de wereld van de eHealth

Mij heeft het eerder geholpen aan te sluiten bij de ordening die Nictiz heeft gemaakt. Stichting Nictiz is het expertisecentrum voor standaardisatie en eHealth. Zij heeft als missie: ‘Nictiz streeft naar betere zorg door betere informatie. Wij ondersteunen het zorgveld bij het benutten van ICT om de kwaliteit van en efficiëntie binnen de zorg te verbeteren.’

Vanzelfsprekend houdt Nictiz zich dus bezig met eHealth. Daaronder verstaat ze: ‘eHealth is het gebruik van nieuwe informatie- en communicatietechnologieën, en met name Internet-technologie, om gezondheid en gezondheidszorg te ondersteunen of te verbeteren.’

Het gevoel dat ordening nodig is in het brede domein van eHealth heeft geresulteerd in een whitepaper ‘Ordening in de wereld van eHealth’ [1]. Blijkbaar vond ze het veld van mogelijkheden zo breed dat het nodig is een ‘periodiek systeem’ [2] van eHealth-toepassingen te maken.

Om tot een periodiek systeem te komen onderscheidt Nictiz drie dimensies. Zo is ordening mogelijk op basis van de gebruikersgroep (cliënten of patiënten, mantelzorgers, zorgverleners, etc.). En is ordening mogelijk naar gelang het proces dat wordt ondersteunt. Die kunnen publiek zijn (voorlichting en preventie), gericht op de zorg (zoals diagnose en behandeling) en op de ondersteuning van zorg (zoals een elektronisch dossier en de financiële afhandeling).

10 technologiefamilies

De derde dimensie is die van families van technologieën. Ik noem het families omdat het gaat om een indeling naar de mate waarin technieken verwant zijn. Terecht wordt in het document aangegeven dat een technologie soms ‘op zichzelf ook weer meerdere dimensies kent’. Er zijn ook ‘complexere eHealth-toepassingen die verschillende [-] technologieën combineren’.

Mij viel op dat zes van de tien categorieën hebben vooral te maken met informatievoorziening. Ze leven voor mensen in de zorg omdat ze al worden gebruikt. Of omdat de wens bestaat dat meer te doen om registraties op papier en communicatie via email te vervangen:

  1. Webapplicaties en webportalen bieden de mogelijkheid onafhankelijk van tijd en plaats via de browser zorggerelateerde informatie te raadplegen of in te voeren.
  2. Mobiele apps hebben als gemeenschappelijk kenmerk dat ze zijn ontwikkeld voor smartphone en tablet. Er zijn veel verschillende apps. Veel zijn gericht op de patiënt/zorgconsument. Zie voor tien van de meest gebruikte apps de website zorg-voor-beter.
  3. Elektronische patiëntendossiers (EPD) en Persoonlijke gezondheidsdossiers (PGD) zijn systemen waarin zorgverleners patiëntgegevens registreren over zorg en behandeling, in het algemeen binnen hun eigen zorgorganisatie, soms ook multidisciplinair, over instellingen heen en in interactie met cliënt en familie.
  4. Medische integratie-netwerken waarover medische informatie wordt uitgewisseld, zoals medicatiegegevens en recepten of radiologische beelden.
  5. Algemene integratie-netwerken voor de uitwisseling van gegevens tussen samenwerkende (zakelijke) partners.
  6. Business intelligence en ‘big data’ oplossingen voor het analyseren van gestructureerde en ongestructureerde gegevens tot informatie voor beslissingsondersteuning.

Zorgtaken vervangen

Vier van de technologieën zijn in staat zorgtaken zelf te vervangen en vergemakkelijken niet alleen de registratie. Deze technologieën worden steeds meer toegepast. Maar opvallend genoeg lang nog niet in alle zorginstellingen:

  1. Health-sensoren, health-gateways en wearable devices zijn apparaatjes die thuis bij de cliënt vitale lichaamsfuncties meten en die gegevens doorgeven naar een professional. Je kent de smartwatch? Het mag ook best een matrasovertrek zijn.
  2. Videocommunicatie of ‘beeldbellen’ maakt het mogelijk zorg op afstand te geven, toezicht te houden of regelmatiger even contact te hebben.
  3. Domotica is de ‘verzamelnaam voor toepassing van elektronica voor automatisering in huis’. Met omgevingsbewuste sensoren en actuatoren kan het leefklimaat in een woning worden geregeld of zaken in de woning automatisch worden bediend.
  4. Robots zijn machines ontworpen voor bepaalde taken, bestuurd door software.

Gewoon te koop

Je kunt technologie ook langs andere lijnen indelen. Zo publiceerde Vilans recent een overzicht van voor zorg en welzijn bruikbare technologie die gewoon door jou en mij aan te schaffen is [3]. Op dit overzicht staan veel apps. Je vindt er bekende diensten en producten als Whatsapp, Google Glass en het robothondje Zoomer, maar ook veel minder bekende.

Vilans maakte het onderscheid tussen al die technieken vooral uit het oogpunt van de consument. Dan zijn andere dimensies relevant. Of het een product is bijv. of een dienst. Of je het gemakkelijk in gebruik kunt nemen of ook wel technische kennis. En waar je het voor kunt gebruiken.

Het meest opmerkelijk vond ik nog wel deze airbag om te dragen. Die kan heel wat heupfracturen voorkomen:

Het resultaat is vooral bedoeld te inspireren – door veel mogelijkheden te laten zien. Dat is wat mij betreft prima gelukt!

En – hoe is het gebruik?

Heb jij dat ook – dat je best enthousiast wordt als je hier even induikt? Er is zoveel mogelijk! Maar het riep bij mij wel direct de vraag op hoeveel er nu werkelijk gebruik wordt gemaakt van deze nieuwe technologieën.

Dat is in zijn algemeenheid waarschijnlijk moeilijk te zeggen. Enerzijds zijn er tal van instellingen die al veel ervaring hebben. Anderzijds noemden Nictiz en Nivel hun rapportage over de stand van zaken in 2015 niet voor niets ‘Tussen vonk en vlam’ [4]: ‘De Nederlandse zorg is druk aan de slag met eHealth’ maar ‘de resultaten van [alle] lokale inspanningen [zijn] nog niet altijd op landelijke schaal zichtbaar.’

Enkele bevindingen over de ‘care’:

  • rond de 40% van de onderzochte zorgmedewerkers gebruikt een computer of tabel om op afstand informatie op te halen uit het cliënten/patiëntendossier;
  • rond de 15% geeft aan in hun werk apps voor zorg en gezondheid te gebruiken;
  • 7% van de medewerkers geeft aan een medicijndispenser te gebruiken (een apparaat waarmee de patiënt thuis op de geplande tijden medicijnen aangeboden krijgt en dat de zorgmedewerker een alarm geeft als deze niet worden uitgenomen) en nog eens 7% dat collega’s deze gebruiken;
  • 4% gebruikt een apparaat dat geregeld gezondheidswaarden meet en verstuurt.

It’s not just technology, stupid

Blijkbaar is het beschikbaar zijn van technologie niet genoeg. Sterker nog: in gesprekken met zorginstellingen hoorde ik vele factoren die succesvolle implementatie bepalen:

  • Wat wil de cliënt of patiënt en wat helpt de techniek daarbij;
  • Wat betekent het voor het zorgproces;
  • Hoe financier je het;
  • De technische infrastructuur;
  • Hoe verloopt het innovatieproces;
  • Business case, maatschappelijke doelen en systeeminnovatie;
  • Wet- en regelgeving.

Zorgtechnologie succesvol inzetten heeft kortom vele verschillende invalshoeken – het is als een strandbal met verschillende kleuren – vanuit elk gezichtspunt ziet het er weer anders uit.

Factoren om samen met onze klant verder te verkennen. En in een volgende post meer over te delen.

Heb jij ervaring met het gebruiken en/of het invoeren van nieuwe technologieën in de zorg? Welke lessen heb jij geleerd? Ik ben benieuwd naar je suggesties en tips!


Noten:

[1] – De whitepaper  ‘Ordening in de wereld van eHealth’ van Nictiz heeft mij meerdere keren geholpen overzicht te houden over eHealthtechnologie en de toepassingen daarvan. Je vindt haar op de website van Nictiz.

[2] – ‘Periodiek systeem’ is een verwijzing naar het periodiek systeem van elementen, ‘een tabel met daarin de chemische elementen, geordend volgens hun atoomnummers (aantal protonen in de atoomkern), zodanig dat elementen met vergelijkbare elektronenconfiguratie (en daarmee vergelijkbare stofeigenschappen) boven elkaar staan.’ (Bron: Wikipedia)

[3] Overzicht consumentenelektronica zorg (Vilans, 2016):  http://www.vilans.nl/publicatie-overzicht-consumentenelektronica-zorg.html

[4] Nictiz/Nivel (2015). Tussen Volk en vlam. eHealth-monitor 2015. Zie ook de infograph.

[Nick Grooff is een scherpzinnig verandermanager, coach en blogger over verandermanagement en innoveren. Hij helpt bedrijven en instellingen hun strategie, structuren, ICT en mensen in samenhang te ontwikkelen en zo hun maatschappelijke waarde te vergroten.]

Scrum als aanpak voor ICT-implementaties

Scrum [1] is een aanpak voor het ontwikkelen van software. Ze wordt ook steeds meer gebruikt voor andere vormen van organisatieontwikkeling. Een voorbeeld daarvan is het implementeren van ICT-systemen. Welke voordelen heeft het gebruik Scrum bij implementeren? Is het één op één bruikbaar? En wat zijn de randvoorwaarden eigenlijk? Je leest het in dit artikel.

Projectmanagement is een goede methode voor het plannen en monitoren van ICT-implementaties, schreef ik in mijn vorige blogpost. Maar het focust zich vooral op de technische aspecten van het project – op de tastbare, waar te nemen en te toetsen eindproducten.

Een groot deel van de veranderingen die een nieuw systeem met zich mee brengt, bestaat echter uit de adaptatie door de organisatie – de mensen dus. Dat proces gaat over het zien van een noodzaak van veranderen en het willen en kunnen benutten van het nieuwe systeem. Dat is organisatieleren. Dat is een natuurlijk proces van aanpassen.

Scrummen dan maar?

Dit dilemma wordt vaker gezien en ICT-afdelingen en leveranciers zoeken steeds naar nieuwe aanpakken om de beperkingen van projectmanagement te compenseren.

Een medicijn dat ik inmiddels een paar keer ben tegengekomen is Scrum. Door die aanpak toe te passen zou het geïmplementeerde systeem beter bij de wensen aansluiten en daardoor beter geaccepteerd worden. En omdat de implementatie in korte fasen wordt opgedeeld zou ook het project beter te beheersen zijn.

Scrum? Wat is dat?

Scrum is aanpak om software te ontwikkelen. Kern ervan is dat een klein, multidisciplinair team in een korte periode (een ‘sprint’ van 2 – 4 weken) een werkende versie van een systeem oplevert.

In de praktijk betekent het dat een systeem – vaak terwijl het al in gebruik is – stukje bij beetje wordt opgebouwd en elke volgende versie een stukje beter is dan de vorige.

Je kent het principe van de apps op je smartphone. Je krijgt elke twee weken een update. Die biedt telkens iets meer dan de vorige versie en ziet er iets anders uit. De versie van een jaar geleden zou je niet meer terugkennen, maar omdat je in stapjes bent meegenomen kun je met de huidige versie prima uit de voeten.

Om dat proces te beheersen kent Scrum een aantal praktische hulpmiddelen en principes:

  • Er is altijd een actueel overzicht van geprioriteerde openstaande gebruikerswensen;
  • Elke sprint realiseert de haalbare verzameling hoogst geprioriteerde gebruikerswensen;
  • Wensen worden uitgewerkt als ‘user stories’ die een gewenste gebruikerservaring beschrijven;
  • Korte vergaderingen. Dagelijks over het onderhanden werk en aan het begin en eind van elke sprint iets langer om de sprint te plannen en te evalueren.

Tot nu toe klinkt het goed bruikbaar voor ICT-implementaties, niet waar? Maar om dit goed te laten werken moet je nog wel aan wat randvoorwaarden voldoen. Grofweg vallen die in twee groepen uiteen.

Scherpe afbakening. Scrum werkt het beste bij absolute grenzen tussen (deel) systemen. Ik noemde al het ontwikkelen van apps. Scrum werkt daar zo goed voor, omdat dit betrekkelijke kleine, op zichzelf staande programma’s zijn.

Is Scrum ook bruikbaar voor het ontwikkelen van business systemen? Ja, mits de systeemarchitectuur toestaat objecten toe te voegen en te wijzigen terwijl het geheel blijft werken. Bij nieuwe systemen wordt hiermee vaak rekening gehouden. Bij oude ‘legacy’ systemen ligt dat een stuk moeilijker.

Business systemen zijn vaak gekoppeld met andere applicaties. Zodra je als Scrumteam met koppelingen aan de slag gaat zul je toch met andere teams moeten afstemmen. Dat maakt de organisatie van het ontwikkelproces als snel complexer en de oplevering van het ene team afhankelijk van die van het andere.

Organisatiecultuur. De tweede groep randvoorwaarden hebben te maken met de organisatie. Scrum werkt alleen echt goed als het team 100% beschikbaar is voor het project. Het team is zelfsturend – dat is voor veel mensen een heel andere manier van werken dan ze gewend zijn.

De klant (gebruiker) centraal stellen vereist bovendien een actieve rol van een business manager als ‘producteigenaar’. In deze rol neem je volledige verantwoordelijkheid voor de prioritering van de wensen en de uitrol van het eindresultaat.

Hoe dit in de praktijk uitpakt is goed zichtbaar in het filmpje over Causeway [2]. Dit softwarebedrijf koos er bewust voor zich op te spitsen naar kleine teams waarin meer werd samengewerkt. Teams hebben een sterke focus op het volgende product en een ‘gebalanceerde vrijheid’ [3] om dat effectief op te leveren.

Dat vereist wel dat in het denken van alle medewerkers de klant centraal staat. Ze leven zich telkens weer in in ‘de pijn en de passie’ van klanten. Wat zo vooral duidelijk wordt, is dat scrum geen instrumentele aanpak is die je snel of in één project implementeert. Het is een bedrijfsfilosofie, waarvoor alle betrokkenen zich moeten inzetten.

Implementatiescrummen

Wat betekent dat voor de bruikbaarheid van Scrum in ICT-implementaties? In de eerste plaats dat Scrum heel goed bruikbaar is als je een ICT-systeem in kleine stappen fasegewijs kunt invoeren.

In de praktijk vind je deze situatie vooral als een systeem al ingevoerd is. Het wordt dan doorontwikkeld – omdat de leverancier met nieuwe versies komt, je stapsgewijs nieuwe functionaliteit in gebruik neemt en het bestaande gebruik wilt optimaliseren. Juist dat kan heel goed met scrum.

Of dat lukt hangt ook af van de leverancier van de software. Als die in een hoge frequentie nieuwe versies uitlevert – bijv. omdat ze ook met scrum ontwikkelt – kun je daar in het implementaties van updates heel goed op aansluiten.

Zo’n aanpak vereist ook in implementatiesprints een team van vrijgemaakte professionals, een betrokken opdrachtgever en gebruikers die hun wensen duidelijk verwoorden en begrijpen dat niet alle dezelfde prioriteit kan hebben.

De praktijk? Die is wel anders.

In de praktijk hebben ICT-implementaties een aantal kenmerken die moeilijk met Scrum samengaan. Zo vraagt een eerste implementatie van basisfunctionaliteit vaak een big bang scenario. Je kunt een basisadministratie niet in het oude en het nieuwe systeem tegelijk voeren en in stapjes overgaan.

Vaak kun je een implementatie trouwens best in fasen verdelen. Maar elke fase heeft dan wel een duidelijke, vooraf aangegeven scope. Je kunt dat dus niet met een product backlog besturen.

Gebruik je voor zo’n geval Scrum zoals ze bedoeld is, dan kun je vooraf de implementatiedatum niet overeenkomen, tenzij je gaandeweg ongelimiteerd mensen kunt bijschakelen. Beide kom ik in de praktijk niet tegen.

Scrum – nuttige hulpmiddelen voor elk project

Scrum zuiver toepassen kun je dus vooral tijdens het uitrollen van updates van software en bij het optimaliseren van het gebruik. Niettemin kun je een paar kenmerken van Scrum goed gebruiken in elk ICT-implementatieproject:

  • Start elke dag met een kort gezamenlijk overleg. Alle teamleden bereiden dit voor. Het verloop van het project wordt uitgewisseld aan de hand van de vragen: wat heb je gedaan, wat ga je doen en waar loop je tegenop. Een dagstart geeft iedereen overzicht en houdt mensen betrokken.
  • Werk full-time aan beperkte, goed afgebakende werkpakketten. Dat leidt tot focus en een enorme productiviteitswinst.
  • Evalueer na elk afgerond werkpakket. Wees ambitieus en positief kritisch en pak verbeterpunten daadwerkelijk op.
  • Stel een producteigenaar aan. Ben je producteigenaar, neem volledige verantwoordelijkheid voor de opdracht, de prioriteiten en het eindresultaat.
  • Zie jezelf als multidisciplinair en zelfsturend team. Neem als professional volledige verantwoordelijkheid voor de producten waar je aan werkt. Sta voor het teamresultaat. Help collega’s waar je kunt.

Scrum is een aanpak voor het ontwikkelen van software. Maar het heeft kenmerken die goed kunnen helpen bij het implementeren van ICT-systemen.

Scrum geeft de beste resultaten als je incrementeel kunt implementeren. Dat kan vooral als de leverancier kortcyclisch nieuwe versies uitlevert. Het is ook bruikbaar voor het gefaseerd in gebruik nemen van nieuwe functionaliteit en het optimaliseren van het gebruik van systemen.

Daarvoor moet je wel wat doen. Dedicated teams samenstellen, investeren in focus en samenwerking. Verantwoordelijkheid nemen voor je taak, het teamresultaat en het eindproduct. En als professional investeren in de vaardigheden die nodig zijn om je thuis te voelen in zo’n team en waarde toe te voegen aan het eindproduct.

Elke gebruiker van een nieuw systeem of nieuwe versie heeft een natuurlijk adaptatieproces door te maken. Scrum kan dat proces niet overnemen. Maar het kan wel de brug tussen gebruikers en implementatieteam zo verkleinen, dat het systeem hem optimale waarde biedt. En dat is al heel wat gewonnen.


Noten:

[1] – Zoek je meer informatie over Scrum? Een goede uitleg van de kernelementen vind je op Wikipedia. Meer informatie en trainingen vind je onder meer op de website van Prowareness. De trend Scrum ook buiten softwareontwikkeling in te zetten – zelfs buiten het ICT-domein – is te zien aan de training Scrum framework non-IT. Het lijkt me een goede investering voor alle professionals die hun werk slimmer willen organiseren. En pragmatisch en realistisch staan tegenover veelbelovende nieuwe managementconcepten.

[2] – Het filmpje over Causeway is gewoon te zien op Youtube. Het staat ook op de website van Prowarenes, waar ik het de eerste keer zag.

[3] Men gaat in het filmpje niet verder op dit begrip in, maar gekoppeld aan ‘zelfsturing’ kun je je daar van alles bij voorstellen. Om focus te houden en tot een gemeenschappelijk doel te komen is het nodig om kaders aan te geven, regels af te spreken, rituelen te ontwikkelen.

[Nick Grooff is een scherpzinnig verandermanager, coach en blogger over verandermanagement en innoveren. Hij helpt bedrijven en instellingen hun strategie, structuren, ICT en mensen in samenhang te ontwikkelen en zo hun maatschappelijke waarde te vergroten.]

De beperkingen van projectmanagement voor ICT-implementaties

Projectmanagement is een geaccepteerde methodiek bij het bouwen van ICT-toepassingen. Ze wordt ook veel gebruikt om ICT-systemen te implementeren.

Dat is best goed, want projectmanagement heeft een paar grote voordelen die de grip op het implementatieproces vergroten. Toch geeft de invoering van een nieuw ICT-systeem vaak gedoe. Zou dat ook komen door het gebruik van projectmanagement?

Als eerste maar even kijken waarom projectmanagement zo’n krachtige methode is. In mijn eigen projecten zie ik vooral deze vijf kenmerken terug:

  1. Sturen op de business case
  2. Expliciete verwachtingen en kwaliteitscontrole
  3. Management by exception
  4. Vrijgemaakt team
  5. Multidisciplinair samenwerken

Vijf sterkten die het gebruik van projectmanagement kunnen rechtvaardigen. Maar ze hebben ook een schaduwkant, waardoor voor ICT-implementaties meer nodig is.

  1. Sturen op de business case

Projecten doe je om de waardecreatie van je onderneming te vergroten. ICT-moet bijdragen in bijv. grotere klanttevredenheid en een hogere omzet, in snelle en betrouwbare dienstverlening of lagere proceskosten.  Een business case helpt je om te bepalen of dit het geval is. Houd deze actueel en je weet ook dat je project terecht wordt voortgezet.

Een business case is zoveel mogelijk gebaseerd op objectieve data. Door projecten te prioriteren op hun rendement waarborg je als organisatie dat je goed investeert.

Maar een business case heeft ook zwaktes. Als eerste gaat ze over de toekomst en hoe goed ook doorgerekend, die is en blijft onzeker. In de tweede plaats zijn er meer factoren die het succes van de onderneming bepalen dan jouw project alleen. Welke invloed dat precies heeft is maar moeilijk te onderscheiden.

De derde moeilijkheid is dat niet alle effecten van je project meetbaar zijn. Maar zodra je gaat rekenen, krijgen kwantificeerbare kenmerken nogal eens de overhand. Is het altijd terecht dat in de praktijk de meeste aandacht uitgaat naar financiële en procesindicatoren?

Ten vierde kan een business case nog zo sterk zijn, in de praktijk sluit ze risico’s op beslisfouten en interne politiek niet uit.

  1. Expliciete verwachtingen en kwaliteitscontrole

Met projectmanagement worden eindresultaten scherp gedefinieerd en op het maken ervan scherp gestuurd. Dat is de tweede kracht van de methode.

Je doet dat door verwachtingen van opdrachtgevers en stakeholders als basis te nemen voor de projectopdracht. En die weer zorgvuldig om te zetten in acceptatiecriteria en een lijst van te maken producten.

Aan die producten kunnen vooraf kwaliteitseisen worden gesteld. En zodra ze gemaakt zijn kan de kwaliteit worden gecontroleerd. Als alle producten conform specificaties zijn geleverd, is aan de acceptatiecriteria voldaan en kan het project worden gedechargeerd.

In ICT-implementaties loopt dat vaak anders. Bijv. omdat vooraf verwachtingen moeilijk zijn aan te geven. Of omdat ze gaandeweg het project nog wel eens veranderen.

Het is een aanpak die prima werkt voor technische producten. Maar ICT-implementatie gaat ook over draagvlak, vaardige gebruikers en goed functionerend beheer. Die bereik je niet met het sturen van een nieuwsbrief, het geven van een training en het uitwerken van beheerprocedures. Die kunnen helpen maar zijn onvoldoende.

Implementatie gaat kortom verder dan concrete ‘producten’ in een projectplanning. En juist die krijgen in de praktijk nogal eens te weinig aandacht. Dat levert gedoe op en een systeem dat niet brengt wat ervan werd verwacht. Of beter nog: wat de organisatie werkelijk nodig heeft.

  1. Management by exception

Projectmandaat binnen tolerantiegrenzen hoort tot de kern van projectmanagementmethodieken. De gedachte is deze. Spreek vooraf de projectopdracht, aanpak, planning en middelen goed af.  Dan kan na het ‘go’ van de stuurgroep de projectmanager zelf bijsturen. Zolang het goed gaat is geen aandacht van het management nodig. Het project kan zich helemaal richten op het doel: het systeem goed implementeren.

Management by exception heeft drie bezwaren. Als eerste vereist het sturen op grenzen objectieve criteria. Vooral tijd, geld en (voldoen aan) productkwaliteit zijn goed meetbaar. Het gevolg is dat juist daarop in veel projecten de nadruk ligt. Met minder aandacht voor gedrag en motivatie die de implementatie succesvol maken.

Ten tweede klinkt een projectmandaat goed, maar het vereist vertrouwen in de projectmanager. Vertrouwen kun je niet plannen of afspreken. Als het er is, kan het op slag verdwijnen. En menig opdrachtgever grijpt dan zelf in. Als je dat ooit direct hebt meegemaakt weet je wat dat doet met de motivatie in een projectteam!

Tenslotte gaat management by exception ervan uit, dat afwijkingen altijd worden gerapporteerd en vervolgens de opdrachtgever op rationele gronden bijstuurt. In de praktijk is het moeilijk toegeven dat je je planning niet haalt. Het leidt immers tot verlies van prestige en vertrouwen. En als je het wel rapporteert ontfermt de politiek zich erover.

  1. Vrijgemaakt team

Een projectteam is tijdelijk vrijgemaakt om samen aan de projectopdracht te realiseren. Teamleden hoeven zich even niet druk te maken over hun reguliere werk. Dat loopt door zonder hen.

Dit principe werkt goed in klassieke projectorganisaties; als je een brug bouwt bijv. ICT-implementaties geven vaak een ander beeld. Er is inbreng van gebruikers nodig, maar deze volledig vrijmaken is ook weer zo wat. Dus wordt een parttime inzet afgesproken.

Zo concurreer je als project voortdurend met het dagelijks werk dat gewoon doorgaat. Veelal geen gelijke strijd.

  1. Multidisciplinair samenwerken

Projectmanagement kenmerkt zich tenslotte tot aansturing van een team waarin allerlei verschillende disciplines meedoen. Elk lid neemt specifieke kennis en ervaring mee. Iedereen draagt bij in hetzelfde doel.

Dit is een krachtig middel om snel kwalitatief goede resultaten te bereiken. Maar het vraagt wel een forse investering aan het begin. Want teamleden komen niet met dezelfde doelstelling de projectruimte binnen. Daarin zul je moeten investeren. En dan nog is het niet voor iedereen gemakkelijk in gemeenschappelijke belangen te denken.

De grootste hobbel is misschien wel deze: verschillende professies brengen hun eigen aannames mee over hoe de wereld in elkaar zit. Tot het beste resultaat kom je pas als visies elkaar aanvullen.

Dat vereist de wil te onderkennen dat er niet één werkelijkheid bestaat, de vaardigheid je te verplaatsen in het perspectief van anderen en de kunst afstand te nemen van je eigen waarheid. Laten we daar als mensen nou veel moeite mee hebben.

ICT-implementatie – meer dan projectmanagement alleen

In het algemeen is project management dus goed bruikbaar voor technische vernieuwing, vooral van tastbare, planbare en objectief te definiëren producten. Da’s niet zo gek, want zo is het ooit ontstaan.

Ze biedt echter geen aanknopingspunten om het natuurlijke proces te beïnvloeden waar mensen tijdens een organisatieverandering doorheen gaan. Je kunt weliswaar ‘veranderkundige’ producten in je plan opnemen – aanpassen procesbeschrijvingen, werkinstructies, gebruikerstraining, inrichten beheerorganisatie – en dat kan best een beetje helpen. Maar de kern van de verandering ligt toch echt in – bij voorkeur intrinsiek gemotiveerd – gedrag.

Hiervoor alleen projectmanagement gebruiken ontkent hoe organisatieverandering werkt. En zorgt alleen maar voor meer gedoe, vertraging, hogere kosten en een twijfelachtig resultaat.

Adviezen voor ICT-implementaties

ICT-implementaties bestaan voor het grootste deel uit organisatieverandering – en dat uit het beïnvloeden van gedrag en de onderliggende motivaties daarvan. Dat vraagt een bredere verandermethode dan alleen projectmanagement. Probeer in je volgende ICT-implementatie deze zaken eens mee te nemen:

  1. Onderzoek de context

Een simpele projectopdracht alleen is verdacht. Het is een vertekening van de werkelijkheid. Voor een aanpak die werkt moet je de context kennen. Onderzoek die goed voordat je begint.

Vraag mensen bijv. hoe eerdere implementaties verliepen. Ga na welke andere projecten lopen. Spreek de stakeholders en breng in kaart hoe ze staan tegenover de implementatie. Zijn er verschillen tussen locaties en afdelingen? Welke spanningen in de organisatie vormen een risico voor succesvolle invoering?

  1. Schat de veranderbereidheid in

Essentieel voor een succesvolle implementatie is hoe men staat tegenover de verandering. Kent men de aanleiding en eventueel de urgentie? Is men gemotiveerd mee te doen? Heeft men er de vaardigheden voor?

De gemakkelijkste manier is hiernaar te vragen. Gaat het om veel mensen? Gebruik een standaardvragenlijst. Het bespreken van de resultaten daarvan met leidinggevenden maakt hen direct ook eigenaar van de verandering. Door de meting regelmatig te herhalen kun je zien of je implementatie succesvol is.

  1. Een veranderplan op maat

Geen enkele implementatie is hetzelfde als een vorige. Je kunt gebruik maken van goede ervaringen. Maar context en veranderbereidheid vragen altijd om maatwerk.

Centraal begrip in het veranderplan is communicatie. Niet alleen om aan te geven wat de bedoeling is. Maar om richting te geven èn reacties te horen. Zodat mensen de tijd hebben te wennen, afstand te nemen van het oude, een vorm kunnen vinden om te gaan met het nieuwe. Zodat je goede ideeën hoort – gebruik ze om bij te sturen. Zodat kortom de verandering uit de mensen zelf komt.

Ideaal is dat je hieraan als organisatie volledig zelf vorm geeft. Functioneren je bestaande organisatiestructuur en overlegvormen goed? Gebruik ze vooral en vermijd aparte vergaderclubs.

  1. Een strak projectplan voor de technische producten

Projectmanagement is een krachtige methodiek. Ze is van grote waarde voor het plannen en beheersen van de technische kant van het project. Gebruik haar dus waar ze voor bedoeld is.

Maak de verwachtingen aan producten expliciet en stuur daar strak op. Zorg altijd voor afstemming met de veranderkant. Het blijft één implementatie. Hoe die wordt gedaan moet wel consistent zijn.

  1. Neem de tijd – als dat kan

Organisatieverandering is een natuurlijk proces. Mensen moeten wennen aan verandering. Informatie verwerken. Het er met elkaar over hebben. Dat heeft tijd nodig. Soms wat meer tijd dan je denkt. Vooral in het begin.

Dat hoeft niet ten koste te gaan van de doorlooptijd. Neem betrokkenen gewoon vanaf het begin mee. Die inzet zal zich uiteindelijk uitbetalen.

En als je de ambitie hebt een systeem snel in te voeren. Zet het dan hoog op de agenda, investeer in de dialoog met gebruikers.

Soms is een snelle implementatie echt nodig – omdat het oude systeem niet meer wort ondersteund bijv. of wet- en regelgeving dit vereist. Wees daar dan eerlijk over en maak ruimte voor de emoties die dit oproept. Neem zorgen serieus en neem belemmeringen voor het succes weg.

Integraal plan

Werk kortom vanuit een integraal plan  voor techniek en organisatie. En een planning die één fase vooruit kijkt en waarin techniek en organisatieverandering volledig op elkaar zijn afgestemd.

Zo een ICT-implementatie vormgeven levert je minder gedoe en een beter functionerend systeem. En de tijd die je neemt om het goed neer te zetten ga ja snel weer terug verdienen. Gegarandeerd!

ICT-implementaties bestaan uit voor een deel uit technische activiteiten die prima met projectmanagement zijn te besturen. Een business case en duidelijk verwachtingen en productbeschrijvingen en besturing op basis van management by exception maken het project zo beheersbaar mogelijk.

Dat is anders voor de organisatorische kant van organisatieverandering. Daar direct op sturen leidt vaak tot weerstand en gedoe. Intrinsiek gemotiveerde gedragsverandering bereik je immers niet door alleen op mijlpalen te sturen, procedures aan te passen en trainingen te geven. Verandering heeft tijd nodig. Mensen moeten zelf hun weg vinden. Dat doen ze in hun eigen tempo en in interactie met elkaar.

Dat kost minder tijd en leidt tot een beter resultaat. Wedden?

Was jij ooit lid van een projectteam voor ICT-implementatie? Hoe verliep die? Was je gebruiker van een systeem dat werd vervangen? Hoe heb jij die verandering beleefd? Ik benieuwd naar jouw ervaringen!

[Nick Grooff is een scherpzinnig verandermanager, coach en blogger over verandermanagement en innoveren. Hij helpt bedrijven en instellingen hun strategie, structuren, ICT en mensen in samenhang te ontwikkelen en zo hun maatschappelijke waarde te vergroten.]

Voor directeuren en managers: gebruik je ICT nog niet optimaal? Zo kom je een eind.

Informatietechnologie ontwikkelt zich razendsnel. Dat levert bedrijven een mooie belofte op. ICT kan ons werk een stuk effectiever en efficiënter maken.

Maar dat valt in de praktijk vaak tegen.

Regelmatig lezen en horen we over projecten die mislukken, apparatuur die duurder uitvalt en systemen die het werken niet gemakkelijker maar moeilijker maken.

Wat kun je als directeur of manager doen om ICT voor je te laten werken? En te profiteren van de nieuwste technologie? Hoe zie je door de bos het bomen, wat pak je het eerst aan, zijn de kosten niet hoger dan wat het oplevert en hoe krijg ik mijn mensen mee?

Met de tips in dit artikel zorg je dat je optimaal profiteert van nieuwe ontwikkelingen en waarborgt dat ze voor jou werken en niet andersom.

  1. Volg de ontwikkelingen

In een technologische omgeving die snel verandert heb je geen andere keus dan op de hoogte te blijven van wat er speelt. Alleen dan kun je beoordelen welke technologie je voordelen gaat opleveren en op welk moment je het best kunt instappen.

Dat kun je als algemeen manager zelf doen, via goede vakbladen en af en toe een beurs of seminar. In de praktijk kun je het onderzoek delegeren naar een informatiemanager. Maar zorg dat je ook zelf op de hoogte bent zodra strategie op de agenda staat.

  1. Stap op het goede moment in

Niet alle nieuwe snufjes worden een succes. Dan is het niet handig dat je daar veel tijd in hebt gestoken. Aan de andere kant hebben sommige ontwikkelingen zulke voordelen, dat wachten met het invoeren eigenlijk dom zou zijn.

Misschien is nog wel belangrijker dan ‘wanneer’ de vraag: op welke manier start je? Begin eens met een pilot. Doe ervaring op en toon de voordelen aan. Als het op kleine schaal een succes is, heb je de kennis om een nieuwe techniek snel grootschalig toe te gaan passen.

Er zijn nogal wat organisaties die uit principe niet snel in nieuwe ontwikkelingen meegaan. Dat is best een goede leidraad om hoge aanloopkosten en kinderziektes te voorkomen. Maar kijk niettemin regelmatig of een nieuwe ICT-toepassing nu juist voor jou wel een goed is om snel de adapteren. Dat kan je zomaar concurrentievoordeel opleveren.

  1. Vertaal je strategie naar ICT

ICT is een middel dat je kan helpen je strategie te realiseren. Dat wordt meer en meer onderkend.

Maar lang niet altijd is die strategie concreet en traceerbaar vertaald in een richting voor de ICT. Zodat er geen sturing is op het realiseren en gebruiken van ICT-systemen. En ze een belemmering kunnen worden voor het realiseren van de plannen.

De oplossing: een plan maken voor de digitalisering van je organisatie. Met duidelijke uitgangspunten en een portfolio van projecten, waarin je prioriteiten stelt en middelen toewijst.

  1. Stimuleer sociale innovatie

Technologische ontwikkelingen verklaren over het algemeen 25% van het innovatiesucces. De rest is te verklaren uit sociale innovatie [1].

Het zijn wij mensen die ICT in bedrijven ontwikkelen, invoeren en gebruiken. Dat betekent dat we een idee moeten hebben wat het ons gaat opleveren en de vaardigheden om er goed mee om te gaan. Door dat in de praktijk voldoende aandacht te geven, ontstaan betere oplossingen, worden ze beter toegepast en hebben we de vaardigheden en de intrinsieke motivatie systemen optimaal te gebruiken.

  1. Pas je structuren aan, niet het systeem

Veel systemen die nu te koop zijn, bestaan al jaren. Oorspronkelijk zijn ze opgezet met een visie op het te ondersteunen proces in gedachten. Vervolgens zijn op verzoek van bestaande gebruikers de functies in het systeem steeds slimmer gemaakt.

Bij selectie en implementatie redeneren bedrijven nog wel eens: dit systeem ondersteunt onze manier van werken niet, dus het is niet voor ons geschikt. Dat is steeds vaker onjuist. Het is dan beter het systeem in te voeren zoals het bedoeld is en je eigen processen aan te passen!

  1. Gebruik je huidige systemen optimaal

Systemen herbergen vaak een enorme hoeveelheid functionaliteit. Gebruikers kennen die niet altijd. En ze kunnen het systeem niet volledig inrichten om aan hun wensen te voldoen. Het gevolg? Ze klagen en maken zelf een snelle oplossing met bijv. Excel.

Investeer liever in continue verbetering van het gebruik van je systeem. Leer gebruikers de fijne  kneepjes. Vraag hen om ideeën voor verbetering. Richt het systeem stapsgewijze helemaal en steeds beter in en gebruik het optimaal. Het vraagt prioriteit en uithoudingsvermogen, maar leidt tot een breed gebruikt systeem met betrouwbare data.

  1. Betrek ICT bij continue verbetering

Veel organisaties werken tegenwoordig continu aan de verbetering van bedrijfsprocessen. Door alle stappen in beeld te brengen wordt duidelijk hoe waarde wordt toegevoegd en waar de problemen zitten. Veel gevonden optimalisaties komen neer op het beperken van uitzonderingen en het voorkomen van rework.

Daarnaast kan ook ICT het werk een stuk gemakkelijker maken. Geef gebruikers die met continue verbetering bezig zijn ook het initiatief vanuit het totaalproces slimme ICT-oplossingen te bedenken en stel capaciteit ter beschikking om die efficiënt en snel te realiseren.

  1. Zelfservice en eigen regie

Als consumenten boeken we inmiddels onze eigen hotels en vakantiehuizen, selecteren we het beste energiecontract en ziektekostenverzekering. Wat doen we eigenlijk nog niet via onze computer of smartphone?

Toch hoor je nog vaak dat mensen op het werk via een formulier verlof aanvragen of op het prikbord hun rooster lezen. Inzetten op zelfservice en eigen regie is dè strategie om de invoer en uitwisseling van gegevens efficiënter te maken. Daar liggen vaak nog tal van kansen.

  1. Beheer buiten de deur

ICT is inmiddels een standaarddienst geworden. Gegevens sla je op in de cloud. Kantoor­automatisering betaal je met een abonnement. En ook administratieve systemen worden steeds meer als service aangeboden.

De voordelen zijn evident. Je hebt geen technische mensen meer nodig, loopt minder risico en rekent gebruik af zonder veel te hoeven investeren.

Gebruik de besparingen om specialisten in informatiemanagement en functioneel beheer in te zetten en per saldo gebruik je ICT echt ter ondersteuning van je strategie.

  1. Manage de portfolio

De ontwikkelingen gaan snel. Nieuwe technologieën komen op, worden snel goedkoper en sterven uit. Een project dat in het jaarplan nog zo’n goed idee leek, kan een half jaar later overbodig zijn geworden.

Projecten doen is een continue activiteit, die je dus even continu moet besturen. Door een portfolio bij te houden en regelmatig te evalueren. Door er nuttige projecten aan toe te voegen en inmiddels overbodige af te strepen. Ook als het eerder zo’n goed idee leek, als het pijn doet of als het prestige kost. Het gaat om toegevoegde waarde.

Lang niet alle organisaties profiteren optimaal van ICT. Vandaar deze tips over hoe je ICT beter voor je kunt laten werken.

Die komen er vooral op neer te onderkennen dat ICT en strategie niet te scheiden zijn en dat ze zich beide continu ontwikkelen. Dat is vanuit de top te volgen via portfoliomanagement.

Maar misschien nog wel belangrijker is je te beseffen dat technologie pas succesvol wordt gebruikt als je ook sociaal innoveert. Effectieve ICT draait uiteindelijk om het gebruik dat mensen ervan maken.

ICT vóór je laten werken kan. Maar er zijn geen gemakkelijke oplossingen. Op zoek naar wat deze tips voor jouw bedrijf kunnen doen? Bel mij voor een vrijblijvende kennismaking.

 

Noten:

[1] http://www.erim.eur.nl/fileadmin/default/content/erim/research/centres/inscope/admin/c_news/thrm-maart2011-volberda.pdf

[Nick Grooff is een scherpzinnig verandermanager, coach en blogger over verandermanagement en innoveren. Hij helpt bedrijven en instellingen hun strategie, structuren, ICT en mensen in samenhang te ontwikkelen en zo hun maatschappelijk waarde te vergroten.]