Boekbespreking: Deep Work (Cal Newport)

Vandaag twee jaar geleden zat ik samen met Judith in haar kleine werkkamer van haar faculteit in Heerlen. Via Skype nam Noks deel aan het gesprek.

Na een korte opening kreeg ik het woord. Ik had een klein half uur om mijn onderzoek te verdedigen naar het innovatieve werkgedrag van hoogbegaafde volwassenen en nog eens een half uur om een aantal pittige vragen te beantwoorden.

Na een minuut of vijf op de gang wachten, bracht Judith mij het goede nieuws: ik was geslaagd voor mijn master implementatie- en changemanagement.

De maanden voorafgaand aan dat moment kan ik me nog goed herinneren. Ik las veel wetenschappelijke literatuur en sprak vervolgens voor mijn eigen onderzoek hoogbegaafden en hun directe leidinggevende of een collega of zakenpartner. En dat was al super interessant.

Maar ik heb toen ook ervaren hoe het voelt om gedurende langere tijd geconcentreerd te werken aan – in dit geval – mijn thesis. Ik heb gelukkig de luxe dat ik periodes van werk kan afwisselen met (bijvoorbeeld) studie. Die periodes twee jaar geleden, van enkele dagen en soms weken heel geconcentreerd alleen aan mijn thesis werken, leverden in korte tijd veel resultaat op èn gaven heel veel energie.

Deep work

Het is wat Cal Newport deep work noemt: ‘Professional activities performed in a state of distraction free concentration, that push your cognitive capabilities to their limit. These efforts create new value, improve your skill, and are hard to replicate.’

Deep Work by Cal Newport

In zijn gelijknamige boek onderzoekt hij het fenomeen verder en geeft hij praktische tips hoe je deze vaardigheid kunt vergroten.

Dat is belangrijk volgens hem en wel om drie redenen.

Ten eerste is deep work waardevol. Het is nodig om te leren en zo nieuwe kennis en vaardigheden te verwerven. En vervolgens een bijdrage te leveren, producten te maken van hoog niveau.

De tweede reden is dat het zeldzaam is. In onze hedendaagse kantoortuinen is het nagenoeg onmogelijk je diep te concentreren zonder regelmatig gestoord te worden. We worden voortdurend afgeleid – door die collega die een praatje maakt, onze telefoon, e-mail. En het is de weg van de minste weerstand om daaraan toe te geven. (Dus doen we dat meestal.) Het is steeds meer de techniek die ons omringt, die zo in zekere zin ons leven bepaalt.

'In the absence of clear indicators of what it means to be productive and valuable in their jobs, many knowledge workers turn back toward an industrial indicator of productivity: doing lots of stuff in a visable manner.' (Deep Work, Cal Newport, pag. 64)

Ten derde is deep work betekenisvol. Het stelt je in staat aandacht te geven aan wat echt belangrijk voor je is. Het brengt je in een ‘flow’ waardoor je de tijd vergeet, heel veel werk verzet en na gedane arbeid toch energiek bent. Deze werkhouding past bovendien bij vakmanschap: je vindt betekenis in het werk zelf en hebt niet voortdurend oog voor de resultaten, waardoor je juist wordt afgeleid van doen wat nodig is voor goede kwaliteit.

Vier regels

Op basis van gesprekken met practitioners en zijn eigen routines geeft Newport vervolgens vier ‘regels’ om je deep work vaardigheden te vergroten.

Doe het gewoon. Er is geen andere weg naar deep work dan het je voor te nemen en vervolgens gewoon te gaan doen. Dat lukt in het begin misschien niet langer dan een uur per dag. Maar houd je vol, dan passen je hersenen zich aan en wordt het elke keer een beetje gemakkelijker.

Een heel duidelijke focus op wat je wilt bereiken en eigen rituelen dragen hierin bij. Stel duidelijke doelen, meet de resultaten en stuur je eigen routines bij als die zich niet goed ontwikkelen.

En zorg tenslotte voor voldoende downtime. Die geeft je ruimte om spontaan op ideeën te komen en geeft je  nieuwe energie. En die tijd is helemaal niet weggegooid, omdat een uur of vier deep work in één dag echt wel het maximum is.

Omarm verveling. Verleidingen vormen de grootste vijand van deep work. We staan er de hele dag bloot aan. De kunst is er niet aan toe te geven. Dat is te leren, maar kost tijd.

Het is dan heel improductief om vervolgens in je vrije tijd op allerlei prikkels te reageren of in elk loos moment direct afleiding te zoeken. Staan we even in de rij te wachten, dan pakken we facebook erbij. Daarmee doen we alle inspanning van de rest van de (werk)dag weer teniet. Dat zijn de momenten dat je de verveling toe moet laten.

Andere technieken zijn: deadlines gebruiken om heel productief te zijn en zo ook dus voldoende vrije tijd te hebben (om dan te kunnen niksen); vrije tijd gebruiken om bewust en onbewust na te denken over een zakelijke vraagstuk; en je geheugen trainen – want dat vraagt een enorm concentratievermogen.

Stop met social media. Facebook kwam zonet al even ter sprake. Ze vraagt – net als Twitter, LinkedIn en al die andere tools – voortdurend kort om aandacht. Alle social media zijn dan ook dodelijk voor je concentratievermogen.

Newport’s pleidooi is er helemaal mee te stoppen. Maar hij beseft gelijkertijd dat deze instrumenten zakelijk ook veel kunnen brengen en maakt dan ook een voorbehoud voor dat gebruik dat grote verliezen voorkomt of tot heel grote voordelen leidt.

Gebruik je social media toch, ga er dan vooral heel voorzichtig mee om. Het is shallow work. Als dat moet gebeuren, plan je het in en houd je je aan de eindtijd.

‘The task of a craftsman (-) "is not to generate meaning, but rather to cultivate in himself the skill of discerning the meanings that are already there. This frees the craftsman of the nihilism of autonomous individualism, providing an ordered world of meaning.’ (Hubert Dreyfuss en Sean Dorrance Kelly; geciteerd in Deep Work van Cal Newport, pag. 88.)

Drain the shallows. Die aanpak geldt ook voor alle andere oppervlakkige afleidingen. De auteur noemt schrijvers en wetenschappers die bewust heel slecht bereikbaar zijn. Zelf behoudt hij zich in zijn automatische reply op je e-mail het recht voor, alleen te reageren op concrete vragen waar hij zelf betekenis in ziet.

Belangrijke boodschap

Cal Newport’s Deep Work heeft een belangrijke boodschap: je kunt zoveel meer bereiken en betekenen als je je weer leert concentreren. Hij illustreert dat met tal van voorbeelden van mensen die dat op een succesvolle manier in de praktijk brengen.

Terecht maakt hij een voorbehoud. Want niet elk werk is alleen gebaat bij diepe concentratie. En niet iedereen ervaart die staat als plezierig en vervullend.

Voor degenen dat wel zo zien geeft de auteur inzicht in de factoren die deep work bevorderen en hij waarschuwt ons daarbij vooral tegen onszelf. Want er liggen verleidingen op de loer en daar geven we maar wat graag aan toe.

De regels die de auteur geeft komen dan ook wat obligaat over. Ik denk dat veel mensen wel weten dat multitasken echt niet bestaat. En dat voortdurende afleidingen je niet productiever maken.

Is het dan voldoende om als eerste regel te geven het toch maar gewoon te gaan doen?

Persoonlijk denk ik dat er geen alternatief is. Newport’s regels en rituelen kunnen misschien helpen. Maar het komt toch vooral op jezelf aan. De sleutel daarvoor zou inderdaad wel eens kunnen liggen in het besef (en als je goed nadenkt wie weet ook wel de ervaring) wat het je kan opleveren.

Leiderschap voor innovatie

In hoeverre zijn deze lessen relevant als je kijkt naar het versnellen van innovatie? Mij dunkt dat ze heel relevant.

Weliswaar bestaat innovatie soms uit een plotseling inzicht of idee en soms uit in je team tot een uitwerking komen. Maar veel onderdelen van het innovatieproces vragen ook gewoon om geconcentreerd werken. Om kennis of technologie goed te doorgronden. Om goed te analyseren wat het maatschappelijke probleem of de klantvaag precies is. Om een protype te bouwen en net zo lang te prutsen tot het werkt. En om de strategie te bedenken en uit te werken waarmee die innovatie opgeschaald kan worden.

Wil je als bestuurder of manager je organisatie innovatiever maken, stimuleer dan je medewerkers hun deep work vaardigheden te ontwikkelen. En ondersteun hen met een werkomgeving en organisatiestructuur die dat mogelijk maken.

Veel geleerd

Dat eerste half jaar van 2017 waarin ik werkte aan mijn onderzoek heeft me weer eens geleerd hoe krachtig deep work is. Het is geen garantie dat het altijd lukt – daarvoor zijn de verleidingen soms te sterk. Maar uit eigen ervaring kan ik zeggen dat het bestaat, dat het een heel prettige manier van werken is en dat het je ongekend hoge productie oplevert.


Mijn naam is Nick Grooff. Ik bied leiders van maatschappelijke ondernemingen op coachende wijze een uniek programma van kennis, praktische adviezen en een netwerk op innovatiegebied, waardoor je als leider je maatschappelijke onderneming vanuit haar eigen kracht sneller kan laten innoveren.

Over mijn programma lees je hier meer.

Direct contact opnemen? Je vind mijn contactgegevens hier.

Vond je dit artikel interessant en wil je op de hoogte blijven van nieuwe publicaties? Ik stuur een paar keer per jaar een nieuwsbrief met mijn laatste posts, links naar inspirerende artikelen en een update wat ik zoal doe. Je kunt je hier inschrijven.

A Whole New Mind – Why Right-Brainers will Rule the Future (boekrecensie)

  • We leven in een tijd van overvloed. Die hebben we te danken aan het kenniswerk waarvoor we vooral de linkerhelft van ons brein gebruiken. Dit werk wordt bedreigd door outsourcing en automatisering.
  • De toekomst is aan mensen die ‘high concept, high touch’ denken en werken. Zij gebruiken hun hele brein, dus naast de linker- ook de rechterhelft.
  • De vaardigheden die nodig zijn in de 21e eeuw noemt Pink: Design, Story, Symphony, Empathy, Play en Meaning. Het zijn fundamenteel menselijke kenmerken, die iedereen (verder) kan ontwikkelen.
  • A Whole New Mind is een vlot geschreven en deels ook subjectief boek, dat tal van nieuwe inzichten geeft voor mensen die hun vaardigheden in deze richting willen ontwikkelen of gewoon hun werk leuker willen maken. Voor zichzelf en hun collega’s.

Eén van de dingen die ik me had voorgenomen te doen tijdens ons verblijf voor vijf maanden in Schotland is een aantal boeken te lezen die nog op mijn lijstje stonden (en al op een stapel lagen – ik koop sneller dan ik lees).

Eén van die boeken is A Whole New Mind. Het is al in 2006 geschreven door Daniel H. Pink. Ik las de in 2012 geactualiseerde versie. Pink kende ik vooral van Drive, zijn boek uit 2009 over wat mensen motiveert.

De formule van A Whole New Mind is dezelfde. Vanuit nieuwsgierigheid zoekt Pink naar de achtergronden van een verschijnsel. Hij doet onderzoek en spreekt met mensen. Voor de stof die hij verzamelt ontwikkelt hij een prettige structuur waarin hij de informatie presenteert. 

A Whole New Mind – Why Right-Brainers will Rule the Future by Daniel H. Pink

‘High concept, high touch’

En het is belangrijke informatie. Zijn betoog is als volgt.

We leven in een periode waarin kenniswerk ons overvloed heeft gebracht. Daarvoor is vooral de linkerkant van ons brein nodig. Het is deze rationele, analytische en logische kant van onze hersenen die ons succesvol heeft gemaakt.

In de 21e eeuw is dat niet meer genoeg. In tijden van overvloed voldoet ratio niet meer. Door outsourcing en automatisering verdwijnt juist het werk dat we met die analytische kant van het brein zo goed kunnen.

Iedereen zou zich daarom de volgende drie vragen moeten stellen, vindt Pink:

  • Kan iemand overzee mijn werk goedkoper doen?
  • Kan een computer mijn werk sneller doen?
  • Wat heb ik te bieden waar vraag naar is in dit non-materialistische, transcendente tijdperk van overvloed?

De toekomst is aan mensen die naast hun vaak goed ontwikkelde linkerhersenhelft ook de rechter gebruiken. Dat maakt hen wat Pink noemt ‘high concept, high touch’. High concept doet je patronen en kansen zien, artistieke en emotionele schoonheid creëren, verhalen maken en ideeën combineren tot iets nieuws. High touch omvat het vermogen empathie te hebben met anderen, de subtiliteiten van menselijk interacties aan te voelen.

Six senses

In het tweede deel van het boek beschrijft Pink de ‘Six Senses’, de zes essentiële vaardigheden waarmee je op de toekomst bent voorbereid. Elk van deze ‘zintuigen’ wordt uitgewerkt in een hoofdstuk. Elk hoofdstuk wordt afgesloten met een ‘portfolio’ met oefeningen, tips en literatuur om dat zintuig te ontwikkelen.

De senses die Pink onderscheidt, zijn:

  1. Design. De mensen geeft vorm aan zijn omgeving, maar de logica daarvan is veranderd  nu goede kwaliteit en een redelijke prijs vanzelfsprekend zijn. Er wordt nu geconcurreerd op (onuitsprekelijke) kenmerken als eigenaardigheid, schoonheid en betekenis in de zin dat het bijdraagt in het leven van mensen.
  2. Story. ‘Verhalen zijn gemakkelijker te onthouden, omdat verhalen zijn hoe we dingen onthouden’, schrijft Pink. Het vult analytisch denken aan met emoties en een dieper begrip.
  3. Symphony, in de betekenis van synthese, het grote plaatje zien en het ‘verband tussen de verbanden’. Het is de basis voor systeemdenken, het gestalt zien, holistisch denken.
  4. Empathy, ofwel het invoelen van iemand, voelen wat het is om die persoon te zijn. Het vraagt verbinding en het loslaten van je eigen overtuigingen en regels.
  5. Play. Dit hoofdstuk is gewijd aan gaming, humor en joyfulness. De laatste in de betekenis van genieten. Van elk moment.
  6. Meaning. Pink neemt de positie over van Viktor Frankl in zijn boek Man’s Search for Meaning: de fundamentele drijfeer van mensen is betekenis te geven aan hun leven. Dat kan in onze tijd van overvloed ook meer dan in het verleden mogelijk was. Pink adviseert ons je spiritualiteit èn je eigen geluk serieus te nemen en verwijst onder meer naar inzichten uit de positieve psychologie.

Van links naar rechts

Wat vond ik van dit boek?

Allereest kijk ik met bewondering naar de structuur en het taalgebruik van de schrijver. In zijn korte biografie lees je altijd dat hij speechwriter voor Al Gore is geweest. Dat is te merken. Pink schrijft gestructureerd en pakkend. Inzichten illustreert hij met verhalen en hij strooit gul met literatuurverwijzingen en namen van experts.

De keerzijde daarvan is dat het een wel erg subjectief boek is. Je ziet het al aan de raakvlakken en het overlappen van de senses. Het onderscheid van de zes ‘zintuigen’ heeft Pink zelf aangebracht en wringt hier en daar. Is dat erg? Ik vind van niet. De informatie blijft belangrijk en pakkend beschreven. En zijn boek stimuleerde me enorm om verder te zoeken. Waarbij de ‘portfolio’s’ met verwijzingen je direct helpen.

In de tweede plaats vond ik wat Pink beschrijft zeer herkenbaar. En hij verwoordt wat ik ook wel als een persoonlijke uitdaging zie. Ik ben altijd best goed geweest in de rationeel analytische benadering waar ik in mijn vak veel mee te maken heb. Maar ik ben uiteindelijk wel gaan missen waar we het voor doen (Pink noemt dat meaning)  dat wat je maakt ook mooi mag zijn (design) en dat je het gewoon leuk kan hebben met elkaar (play). En dat als je je aandacht zo verschuift er onvermoede deuren open gaan.

Natuurlijk heb ik ernaar gezocht dat in meer in mijn werk in te brengen – en veel van de verwijzingen in het boek kende ik dan ook (ik kom hier zo nog even op terug). Maar het is fijn dat nog eens te lezen en – vooral – een hele verzameling nieuwe ideeën aangereikt te krijgen die je daarbij kunnen helpen.

Herkenning

A Whole New Mind verwijst vooral veel naar wat anderen over specifieke onderwerpen hebben uitgevonden. Heb je zoals ik de neiging je te verdiepen in hoe de menselijke natuur werkt, dan zul je veel bekenden tegenkomen.

Voor mij waren dat (ik noem de drie voor mij meest tekenende voorbeelden):

  • Daniel Goleman die betoogde dat de rationeel-analytische intelligentie die als IQ wordt gemeten lang niet het enige is dat je succesvol maakt. Hij introduceerde het begrip Emotionele Intelligentie voor het belang je in te leven in wat mensen beweegt en met hen echt contact te maken.
  • Mihalyi Csikszentmihalyi is bekend van het begrip flow, een staat waarin je zo opgaat in een activiteit dat je tijd en plaats vergeet, heel productief bent en een hoog niveau aan geluk ervaart.
  • Paul Ekman deed onderzoek naar het verband tussen emoties en gezichtsuitdrukkingen en toonde aan dat beide universeel zijn en dus niet cultuurafhankelijk. Ze worden ‘gelezen’ met de rechterhersenhelft.

Zulke bekenden zul jij ook tegenkomen in het boek. Maar ik ben ervan overtuigd dat iedereen ook nieuwe inzichten zal opdoen en nieuwsgierig wordt daar meer over te weten. Voor mij waren dat bijvoorbeeld deze (ik noem er weer drie):

  • George Lakoff deed onderzoek naar hoe we omgaan met metaforen. Zijn stelling: we hebben (in onze huidige tijd) de metafoor verbannen vanuit het domein van redeneren, terwijl menselijke denkprocessen juist grotendeels metaforisch zijn. Het zelfs zo dat ‘een groot deel van het komen tot zelfbegrip bestaat uit het zoeken naar passende metaforen om de zin van ons eigen leven te beschrijven.’
  • Ian Mitroff die onderzoek deed naar waarden op de werkvloer. Hij kwam erachter dat mensen hun persoonlijke waarden graag meenemen naar het werk. Maar ze (we) denken dat dat niet op prijs wordt gesteld, waardoor heel weinig mensen dat doen.
  • Betty Edward schreef het boek Drawing on the Right Side of the Brain. Haar stelling: als we tekenen hebben we de neiging de symbolen gebruiken die je als kind hebt meegekregen op papier te zetten. Maar tekenen is weergeven wat je werkelijk ziet. Als je dat doet schakel je van je linker- naar je rechterhersenhelft!

Tenslotte

A Whole New Mind is een al wat ouder boek, dat echter nog steeds actueel, interessant en inspirerend is. De schrijver betoogt dat we leven in een tijd van overvloed, maar het kenniswerk waaraan we dit danken wordt bedreigd door diezelfde overvloed, door outsourcing en door automatisering.

De toekomst is aan mensen die ‘high concept, high touch’ denken en werken. Zij gebruiken hun hele brein, dus naast de linker- ook de rechterhelft. En zij hebben de vaardigheden ontwikkeld die nodig zijn in de 21e eeuw noemt Pink: Design, Story, Symphony, Empathy, Play en Meaning.

A Whole New Mind is vlot geschreven en deels ook subjectief. Het geeft tal van nieuwe inzichten voor mensen die hun vaardigheden in deze richting willen ontwikkelen of gewoon hun werk leuker willen maken. Voor zichzelf en voor hun collega’s.